Stap 1. Vaststellen benodigd parkeeraanbod
Om vast te stellen hoeveel parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, wordt een parkeerbalans2 Parkeerbalans= berekening van het aantal bij een plan aan te leggen parkeerplaatsen, op basis van de parkeerbepalingen en -normen. Meegerekend kan worden oude situatie en mogelijkheden voor dubbelgebruik. Berekening dubbelgebruik volgens CROW publicatie 182 Parkeerkencijfers- basis voor parkeernormering of opvolgers daarvan.). opgesteld. Met deze parkeerbalans wordt aan de hand van de soort functie(s), de omvang van deze functie(s) en de parkeernorm(en)3 In de bouwverordening en het gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2012 zijn de gemeentelijke parkeernormen opgenomen. Voor functies waarin deze parkeernormen niet voorzien, kan het gemiddelde parkeerkencijfer van het CROW gehanteerd worden.(CROW, publicatie 182 Parkeerkencijfers- basis voor parkeernormering of opvolgers daarvan.) van deze functie(s) een benodigd aantal parkeerplaatsen berekend. Indien binnen het bouwplan verschillende functies worden ontwikkeld, is het mogelijk rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen4 Om de dubbelgebruikmogelijkheden te bepalen worden de aanwezigheidspercentages van het CROW gehanteerd. (CROW, publicatie 182 Parkeerkencijfers- basis voor parkeernormering of opvolgers daarvan.). Voorwaarde is wel dat de ontwikkelaar in het bouwplan vastlegt dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit door alle gebruikers van het bouwplan gebruikt kan worden, dus dat exclusieve parkeerplaatsen daarvan geen deel uitmaken. Bij enkelvoudige of kleinschalige plannen (inbreiding, hergebruik) mag de berekende parkeervraag van het laatste legale gebruik van het pand of perceel, voor zover toegerekend aan de openbare ruimte, worden afgetrokken van de berekende parkeervraag van het nieuwe gebruik. (zie bijlage A voorbeeld 1) Bij grootschalige ontwikkelingen of herstructureringen mag de vraag van de oude situatie worden afgetrokken van de nieuwe vraag voor zover hiervoor parkeerplaatsen werkelijk in de openbare ruimte aanwezig waren. (zie bijlage A voorbeeld 2)
De aanvrager stelt de parkeerbalans op, de gemeente Beesel toetst de parkeerbalans. De uitkomst is de parkeereis.(zie voorbeelden berekening parkeerbalans en -eis bijlage A)
Stap 2. Vaststellen of voldaan wordt aan de parkeereis.
Nadat de parkeereis door de gemeente is vastgesteld volgt vergelijking met het in het plan opgenomen aantal parkeerplaatsen op eigen terrein. Is het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein kleiner dan de parkeereis dan is het plan in principe niet akkoord.
Stap 3. Beoordelen of een aanpassing van het plan kan leiden tot het voldoen aan de parkeereis
De aanvrager dient aan te tonen dat er op geen enkele wijze met het plan voldaan kan worden aan de parkeereis. Indien slechts aanpassingen mogelijk zijn die onevenredige hoge kosten –meer dan 150% van de normale, dat wil zeggen geëigend in die specifieke omstandigheid, aanlegkosten- met zich meebrengen, dan volgt stap 4. In het andere geval terug naar stap 1.
Stap 4. Ontheffing van de parkeereis
Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om ontheffing te verlenen van de eis dat er bij een plan in voldoende mate ruimte voor het parkeren of stallen van auto´s op het terrein van het plan moet zijn aangebracht.
Op het moment dat daarvan ontheffing wordt verleend, wordt de omgeving belast met een ruimtelijk probleem. De parkeerdruk zal toenemen, waarmee de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de gemeente in eerste instantie zal afnemen. Het creëren van parkeergelegenheid binnen het plan moet daarom op zodanige bezwaren stuiten, dat aan deze bezwaren doorslaggevende betekenis moet worden gegeven. Als de aanvrager niet aannemelijk maakt –de aanvrager dient daarvoor bij aanvraag een deugdelijke onderbouwing aan te leveren- dat de parkeereis niet binnen het plan op eigen terrein kan worden opgelost, dan wordt de aanvraag geweigerd.
(zie schema bijlage D)
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.3
Artikel 1.3.1
Stappenplan
Onderdeel van Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013