Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie voor aanvragen zoals bedoeld in artikel 6 lid 2 wordt bepaald door vermenigvuldiging van: het aantal cliënten dat naar verwachting een voorziening beschermd wonen en/of maatschappelijke opvang wordt geboden op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening met: de, door het college, vastgestelde maximale kosten van de voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening. 2.. De subsidie voor aanvragen zoals bedoeld in artikel 6 lid 4 wordt bepaald door vermenigvuldiging van: a. het aantal cliënten dat naar verwachting een voorziening beschermd wonen en/of maatschappelijke opvang wordt geboden voor het tijdvak binnen het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening met: b. de, door het college, vastgestelde maximale kosten van de voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening. 3.. De in artikel 5 lid 1 en 2 genoemde subsidiemethodiek is ten aanzien van de voorzieningen maatschappelijke opvang niet eerder van toepassing dan ten behoeve van subsidiering van voorzieningen ter uitvoering in het kalenderjaar 2017. 4.. Subsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd indien de subsidieaanvrager zelf in de kosten van de voor subsidie in aanmerking komende voorzieningen kan voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel