Een nieuwe kinderopvangvoorziening mag pas starten (in exploitatie genomen worden) na schriftelijke toestemming daartoe verleend door het college, op een in dat besluit vastgestelde specifieke datum. Een nieuwe kinderopvangvoorziening moet ook voldoen aan andere relevante wetgeving en benodigde vergunningen alvorens daadwerkelijk te mogen exploiteren, zoals eerder in dit hoofdstuk aangegeven bij de werkwijze Streng aan de Poort. Als er toestemming is gegeven, wordt de voorziening vervolgens in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) geregistreerd.
Om de toestemming te krijgen dient de houder (in geval van een voorziening voor gastouderopvang: het gastouderbureau) een aanvraag tot exploitatie in bij de gemeente waar hij of zij wil starten met de kinderopvang (of in geval van een aanvraag voor de start exploitatie van een gastouderbureau: in de gemeente waar het gastouderbureau zich vestigt).
De beslistermijn is 10 weken. Deze termijn kan in bepaalde situaties nog verlengd worden. Het is dus belangrijk dat de houder een aanvraag tijdig voor de gewenste startdatum indient. Een aanvraag wordt ingediend met een door de rijksoverheid vastgesteld aanvraagformulier, te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.
Op de website van de gemeente, www.borne.nl staat onder zoekterm kinderopvang ook meer informatie over het starten van een kinderopvangvoorziening.
Bij het indienen van een aanvraag voor een nieuwe kinderopvangvoorziening, worden leges in rekening gebracht.
5.1.1Illegale kinderopvang
Zonder, of voorafgaand aan de, schriftelijke toestemming tot exploitatie mag een kinderopvangvoorziening niet starten met de exploitatie. Indien dit toch gebeurt, wordt dit ook wel aangeduid met illegale kinderopvang. De gemeente Borne treedt streng op tegen illegale opvang. Illegale opvang is op grond van de Wet Economische Delicten reden voor aangifte bij het Openbaar Ministerie 1Het exploiteren van een kinderopvangvoorziening zonder toestemming van het college is strafbaar gesteld. Dit is een economisch delict (artikel 1 lid 2 Wet op de economische delicten).. Wanneer het OM aangeeft niet te vervolgen of de bestraffing aan het College over te laten, kan het college (alsnog) overgaan tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
Ook bij een kinderopvangvoorziening waarvan de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en die desondanks in exploitatie blijft, is sprake van illegale opvang met dezelfde gevolgen als hiervoor beschreven.
5.1.2Startdatum exploitatie
Op basis van het onderzoek voor registratie, en eventuele overige signalen (zie Streng aan de Poort), neemt de gemeente een beslissing op de aanvraag. In de beslissing op de aanvraag wordt aangegeven vanaf welke datum de exploitatie mag starten op grond van de Wet kinderopvang.
5.1.3Onderzoek na registratie
Binnen drie maanden na de registratiedatum beoordeelt de toezichthouder of de kinderopvangvoorziening (niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang) in de praktijk aan de kwaliteitseisen voldoet. Hierbij wordt met name gekeken naar de uitvoeringspraktijk van het veiligheids-, gezondheids- en pedagogisch beleid, de inzet van het personeel en de wijze waarop de kinderen worden opgevangen.
De gemeente kan deze werkwijze ook toepassen voor voorzieningen voor gastouderopvang (via een incidenteel onderzoek), gemeente en GGD maken hierover (dan) nadere afspraken. Hierbij beoordeelt de toezichthouder of de voorziening voor gastouderopvang in de praktijk aan de kwaliteitseisen voldoet en krijgt de uitvoeringspraktijk van het veiligheids-, gezondheids- en pedagogisch beleid vooral aandacht.
5.1.4Mogelijkheden na afwijzing aanvraag tot exploitatie
Wanneer een aanvraag tot exploitatie is afgewezen, kan de houder een nieuwe aanvraag indienen. Om een nieuwe aanvraag te kunnen indienen, moet er sprake zijn van nieuwe feiten en omstandigheden. Deze moeten door de houder bij de nieuwe aanvraag worden vermeld. Alleen als dat het geval is, wordt een nieuwe aanvraag in behandeling genomen. Als er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, wordt de aanvraag afgewezen onder verwijzing naar het eerder genomen besluit.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1