De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaven. De wet en regelgeving is hiervoor de basis en in dit gemeentelijk beleid wordt hier invulling aan gegeven. Goed handhaven betekent echter ook dat het college oog heeft voor de specifieke situatie van het geval. Individuele omstandigheden - verzwarend of verzachtend – kunnen van invloed zijn op het wel of juist niet geven van een maatregel nadat geconstateerd is dat een kwaliteitseis niet is nageleefd. Dat doet recht aan het feit dat niet alle situaties ‘standaard’ zijn. Handhaven is maatwerk.
6.2.1Herstellend en/of bestraffend handhaven
De gemeente heeft de mogelijkheid om zowel herstellend als bestraffend te handhaven. In aansluiting op onze visie, zoals beschreven in Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2, kiezen wij binnen de gemeente Borne voor de volgende aanpak:
Zolang een overtreding nog openstaand is, zal de gemeente altijd aansturen op herstel, om zo de veiligheid van de kinderen en verantwoorde opvang te borgen. Herstellend betekent dat de gemeente de houder er toe aanzet de overtreding van een kwaliteitseis op te heffen en opgeheven te houden.
Naast het herstellen van de overtreding, kan de gemeente een bestuurlijke boete geven voor overtredingen. Er kan ook een boete worden opgelegd wanneer een herstellend instrument niet nageleefd wordt. Het beboeten van een overtreding of herstellend instrument dat niet nageleefd is of wordt, heeft een signaalfunctie en hiervan gaat een preventieve werking uit.
Herstellend en bestraffend kan naast elkaar ingezet worden.
Naast bovenstaande formele (herstellende of bestraffende) handhaving kan de gemeente Borne ook een waarschuwing afgeven, als informeel middel en milde maatregel bij overtredingen met laag risico. Het herstel wordt vervolgens in een eerstvolgend regulier onderzoek van de GGD gecontroleerd.
Voor een gastouderbureau buiten de gemeente geldt dat hier geen aanwijzing kan worden opgelegd (Wko art. 1.65 lid 1). Met uitzondering van de aanwijzing kunnen de overige informele en formele handhavingsmaatregelen (vanuit de Awb en Wko) wel ingezet worden. Afhankelijk van het risico en de situatie, kan de gemeente Borne ook de gemeente waar het gastouderbureau gevestigd is informeren en verzoeken handhavend op te treden.
6.2.2Escalatieladder
In beginsel start een herstellend handhavingstraject met een aanwijzing met een hersteltermijn. Na de hersteltermijn vindt een nader onderzoek plaats.
Blijkt uit het nader onderzoek dat de kwaliteitseis(en) nog niet of niet volledig worden nageleefd en/of is er vrees voor herhaling van de overtreding(en), dan zal er een afweging plaatsvinden over een vervolgstap in de handhaving. Dit is doorgaans het opleggen van een last onder dwangsom.
Leidt ook deze stap niet tot (volledige) naleving dan zal wederom een afweging over een vervolgstap plaatsvinden. In dat geval ligt een nieuwe (verhoogde) last onder dwangsom of een exploitatieverbod voor de hand. Het uiterste middel binnen een herstellend traject is het intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang.
Parallel aan een herstellend traject kan er, zoals in 6.2.1. beschreven is, ook een bestraffend traject worden ingezet. Dit is een bestuurlijke boete. De boete kan opgelegd worden voor het overtreden van een bepaalde kwaliteitseis. Ook kan de boete opgelegd worden voor het niet opvolgen van een aanwijzing, een bevel of exploitatieverbod, het niet meewerken aan een vordering van de toezichthouder, illegale opvang of het niet tijdig doorgeven van een wijziging.
6.2.3Handhavingsafwegingen
Om te komen tot de uiteindelijke beoordeling van de situatie en de in te zetten handhaving worden meerdere afwegingen gemaakt om te bepalen of en zo ja welke actie nodig is. De beoordeling van deze afwegingen kan leiden tot gemotiveerd afwijken van de reguliere escalatieladder. Het college kan in dat geval besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het handhavingstraject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
Voor zowel de herstellende als de bestraffende handhaving worden onder andere de volgende afwegingen gemaakt:
Wat is de aard van de overtreding (en herhaalkans)?
Wat is de ernst van de overtreding (en inschatting van de direct (negatieve) consequenties voor de veilige, gezonde en pedagogische goede opvang)?
Hoeveel overtredingen zijn er in totaal?
Betreft het een herhaalde overtreding (op deze locatie of van deze houder)?
Wat zijn de omstandigheden waaronder de overtreding begaan is?
Komt de overtreding voort uit economisch belang (financieel voordeel voor houder)?
Is er herstelaanbod geweest en met welk resultaat?
6.2.4. Hersteltermijn/begunstigingstermijn
De gemeente geeft de houder bij een op herstel gericht handhavingsmaatregel altijd een termijn om de overtreden kwaliteitseis alsnog na te leven. Dit heet de herstel- of de begunstigingstermijn. De hersteltermijn of begunstigingstermijn van een herstellende maatregel is afgestemd op een redelijke tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. Bij de bepaling van de termijn wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de overtreding, waarbij het uitgangspunt is dat de overtreding zo spoedig mogelijk moet worden opgeheven. Zo zullen overtredingen die direct invloed hebben op de kwaliteit van de opvang en daarmee de veilige en gezonde omgeving, of die direct invloed hebben op de ontwikkeling van de kinderen, over het algemeen een korte hersteltermijn kennen. Bij recidive (zie onder 4.3) kan de hersteltermijn verkort worden.
Als uitgangspunt worden door de gemeente Borne de volgende maximale termijnen gehanteerd, op basis van prioritering van de kwaliteitseisen, zie hiervoor ook het afwegingsmodel welke als bijlage is toegevoegd:
maximaal 1 maand voor herstel van overtredingen met gevolgen voor de directe veiligheid, gezondheid of pedagogisch welbevinden van de kinderen in de dagelijkse opvangpraktijk ofwel van overtredingen van kwaliteitseisen met een hoge prioriteit;
maximaal drie maanden voor herstel of wijziging van beleidsvoering en administratieve vereisten die redelijkerwijs moeten leiden tot verantwoorde kinderopvang ofwel van overtredingen van kwaliteitseisen met een gemiddelde prioriteit;
maximaal zes maanden voor herstel van andere overtredingen die geen directe gevolgen hebben voor de veilige en gezonde omgeving van de kinderen ofwel van overtredingen van kwaliteitseisen met een lage prioriteit.
De hersteltermijn zal met deze uitgangspunten bij elk handhavingsbesluit aan de hand van de specifieke situatie worden bepaald.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2