Snoeihout dat in aanmerking komt voor een stookontheffing moet hout zijn dat is ontstaan bij landschappelijke onderhouds- en/of verzorgings¬werkzaamheden aan solitaire bomen en struiken in het buitengebied. Ontheffing wordt verleend tot maximaal 50 m3. Door het opnemen van een maximum worden de milieuhygiënische gevolgen beperkt tot een acceptabel niveau. Daar komt bij dat in de praktijk de hoeveelheid te verbranden snoeihout beduidend minder is dan 50 m3. Vanzelfsprekend zijn de milieugevolgen bij verbranding van minder snoeihout dan ook beperkter. Verder moet voldaan worden aan een aantal vastgestelde afstanden (zie hoofdstuk 6). Ook worden aan de ontheffing voorschriften verbonden. In deze voorschriften is nader uitgewerkt onder welke voorwaarden en omstandigheden het snoeihout verbrand mag worden.