Bij het berekenen van de parkeercapaciteit in een gebied moet onderscheid gemaakt worden tussen openbaar toegankelijke parkeerplaatsen en privé-parkeerplaatsen. Het aandeel bezoekersparkeerplaatsen moet bij voorkeur op openbaar toegankelijke parkeerplaatsen gefaciliteerd worden. Dit betekent dus, dat bij een woonwijk met vrijstaande en/of 2-onder-1-kap woningen er altijd 0,7 parkeerplaats per woning in openbaar gebied gevonden moet worden.
Voorbeeld
Een bedrijf gaat uitbreiden en realiseert voor deze uitbreiding een parkeerplaats (10 auto’s) op eigen terrein. Om dit terrein te ontsluiten is een uitrit op de openbare weg nodig. Dit gaat ten koste van 2 openbare parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen dienen in de openbare ruimte gecompenseerd te worden.
Normaliter parkeert alleen het personeel van het bedrijf op deze parkeerplaatsen op de openbare weg. Dit wordt op aannemelijke wijze (eenvoudig parkeeronderzoek) aangetoond. De 2 vervallen parkeerplaatsen kunnen dan op eigen terrein gerealiseerd worden: er komen nu 12 parkeerplaatsen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.4