Wat het parkeren betreft is sprake van een acceptabele situatie. Er zijn meer parkeerplaatsen beschikbaar dan er in de drukste periode nodig zijn. Bij een onverhoopte stijging van de parkeerbehoefte is er zelfs ruimte om deze extra vraag op te vangen.
Het is wel noodzakelijk om te onderzoeken of de extra parkeerplaatsen voor de omliggende infrastructuur geen problemen opleveren. Meer parkeerplaatsen kunnen immers verkeerskundig gezien een hogere intensiteit betekenen en leiden tot een hogere (subjectieve) verkeersonveiligheid of een verminderde bereikbaarheid. Hierbij moet een verkeerskundige afweging gemaakt worden. Daarnaast is het een ruimtelijke afweging of het wenselijk is dat er een surplus aan parkeerplaatsen wordt gerealiseerd. Deze nota kan als leidraad dienen,, indien een surplus ruimtelijk gezien of om andere redenen niet wenselijk is (bijvoorbeeld i.v.m. omliggende infrastructuur). Deze ruimtelijke afweging valt echter buiten het kader van de nota.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4.2