Voor zover een ouder, volwassen broer/zus en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke hulp voor de jeugdige uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren, wordt van hen geen bijdrage verwacht. Er is sprake van een geobjectiveerde beperking als er op medische gronden, naar objectieve maatstaven gemeten, sprake is van beperkingen waardoor langdurig geen hulp kan worden verleend aan de jeugdige. De reden dat de ouder, volwassen broer/zus en/of elke andere volwassen huisgenoot de vaardigheden niet kan aanleren, moet worden gemotiveerd.
Voor zover een ouder overbelast is of dreigt te raken wordt van hem of haar geen bijdrage verwacht, totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt het volgende:
wanneer er voor de ouder eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen, dienen deze mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen hiertoe te worden aangewend;
voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten;
voor zover de gebruikelijke hulp bij jeugdigen van niet uitstelbare aard is en degene die de gebruikelijk hulp moet verlenen niet beschikbaar is, wegens reguliere school-of werkweek van hem/haar zelf of van de jeugdige, kan hiervoor een individuele voorziening worden toegekend.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.1.1