Ieder lid dat in de raadsvergadering aanwezig is, is bevoegd tijdens de beraadslagingen amendementen op het voorgestelde besluit in te dienen.
Ieder lid dat in de raadsvergadering aanwezig is, is bevoegd op het ingediende amendement een subamendement in te dienen.
Elk (sub)amendement moet om in behandeling te kunnen worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
Intrekking door de indiener(s) van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Hoofdstuk IV
Artikel 30
Amendementen en subamendementen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad