Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. Raadsleden kondigen een motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ aan bij de vaststelling van de agenda.
De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.
De behandeling van een motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ vindt plaats nadat alle agendapunten zijn behandeld.
Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Hoofdstuk IV
Artikel 31
Moties
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad