Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepaling

Onderdeel van Beleidsregel Kleinschalig houden van dieren

In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. Inrichting: een inrichting zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer; b. Categorie I: de activiteiten met betrekking tot het houden van dieren vinden plaats in de directe omgeving van: 1. de bebouwde kom; 2. stankgevoelige objecten; 3. objecten voor verblijfsrecreatie, uitgezonderd de verblijfsrecreatie op kampeerboerderijen. c. Categorie II: de activiteiten met betrekking tot het houden van dieren vinden plaats in de directe omgeving van: 1. niet-agrarische bebouwing, geconcentreerd in lintbebouwing buiten de bebouwde kom, langs wegen, vaarten, dijken e.d.; 2. meerdere verspreid liggende niet-agrarische bebouwingen die aan het desbetreffende buitengebied een bepaalde woonfunctie verlenen; 3. objecten voor dagrecreatie. d. Categorie III: de activiteiten met betrekking tot het houden van dieren vinden plaats in de directe omgeving van een enkele niet-agrarische bebouwing in het buitengebied. e. Categorie IV: de activiteiten met betrekking tot het houden van dieren vinden plaats in de directe omgeving van een agrarische inrichting. f. Tabel: de tabel in artikel 2, onder d van deze beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel