1. Er is sprake van een inrichting voor zover het de omvang betreft waarbij sprake is van bedrijfsmatigheid als:
a. van elke diersoort meer dieren aanwezig zijn dan aangegeven in de tweede en derde kolom van de tabel; en
b. Het aantal van 50 punten voor de categorieën I en II in de tabel wordt overschreden; en
c. Het aantal van 100 punten voor de categorieën III en IV in de tabel wordt overschreden.
d. Tabel
Diersoort
Cat. I en II*
Cat. III en IV*
Punten per dier
Melk- en zoogkoeien
2
4
10
Jongvee en vleeskalveren
5
10
5
Stieren
2
4
10
Paarden
5
10
10
Varkens
5
10
8
Schapen
10
20
2
Geiten
5
10
3
(Dam)herten / reeën
5
10
5
Eenden
10
20
2
Fazanten
10
20
1
Papegaaien / parkieten
10
20
3
Kalkoenen / ganzen / pauwen
5
10
3
Struisvogels
5
10
5
Duiven
20
40
1
Leg- / sierkippen
20
40
1
Konijnen (voedsters)
10
20
1
Pelsdieren
5
10
2
Katten
5
10
10
Honden
5
10
10
*= maximaal aantal per soort