Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toepassing puntensysteem

Onderdeel van Beleidsregel Kleinschalig houden van dieren

1. Er is sprake van een inrichting voor zover het de omvang betreft waarbij sprake is van bedrijfsmatigheid als: a. van elke diersoort meer dieren aanwezig zijn dan aangegeven in de tweede en derde kolom van de tabel; en b. Het aantal van 50 punten voor de categorieën I en II in de tabel wordt overschreden; en c. Het aantal van 100 punten voor de categorieën III en IV in de tabel wordt overschreden. d. Tabel Diersoort Cat. I en II* Cat. III en IV* Punten per dier Melk- en zoogkoeien 2 4 10 Jongvee en vleeskalveren 5 10 5 Stieren 2 4 10 Paarden 5 10 10 Varkens 5 10 8 Schapen 10 20 2 Geiten 5 10 3 (Dam)herten / reeën 5 10 5 Eenden 10 20 2 Fazanten 10 20 1 Papegaaien / parkieten 10 20 3 Kalkoenen / ganzen / pauwen 5 10 3 Struisvogels 5 10 5 Duiven 20 40 1 Leg- / sierkippen 20 40 1 Konijnen (voedsters) 10 20 1 Pelsdieren 5 10 2 Katten 5 10 10 Honden 5 10 10 *= maximaal aantal per soort

Rechtspraak bij dit artikel