Om de verhouding tussen de prijs van een dienst door een derde, als gesteld in Artikel 2.6.4 van de wet, en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van deze dienst, te waarborgen, stelt het college vast:
Een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van de overeenkomst met derde; of
Een reële prijs die geldt als ondergrens voor:
Een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en
De vaste prijs, bedoeld onder a.
Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast:
Volgens de eisen aan de kwaliteit van de dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in lid 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en
Rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.
Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen;
De kosten van de beroepskracht;
Redelijke overheadskosten;
Kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg;
Reis- en opleidingskosten;
Indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst;
Overige kosten als gevolg van de door gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders, waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is op het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad.
Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in de eerste lid hij een overeenkomst aangaat.
HOOFDSTUK 9 › PARAGRAAF 1
Artikel 9.2
Prijs-kwaliteitverhouding
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2018