Door inzet van dit resultaatgebied wordt de zelfredzaamheid van de cliënt zoveel mogelijk behouden of vergroot, waarbij de cliënt één-op-één wordt ondersteund door een begeleider. Het sociaal en persoonlijk functioneren omvat onderdelen als:
het hebben en onderhouden van een gezond netwerk, het kunnen aangaan van relaties en daarin een passende rol innemen, waarmee (onder meer) eenzaamheid wordt voorkomen of verminderd
het hebben van een positief zelfbeeld en zelfvertrouwen
het vermijden van contacten met personen die schadelijk voor de cliënt zijn
het niet in aanraking komen met politie en justitie
het onder controle hebben van verslaving en het houden aan gemaakte afspraken die daaromtrent zijn gemaakt
het kennen van eigen (psychische) beperkingen, daarmee om kunnen gaan en het vragen van hulp wanneer het niet goed gaat
het zichzelf goed kunnen verzorgen (wassen, aankleden, tandenpoetsen, haren kammen, e.d.)
Wanneer een cliënt leerbaar is, vindt tijdelijke inzet van dit arrangement plaats. Daarna kan zo nodig nog lichte begeleiding door een vrijwilliger plaatsvinden.
Hoofdstuk › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.1