Om de leerdoelen voor deze pilot te bereiken hebben we vanaf het begin alle betrokken partijen bij het proces betrokken en met hen samen het beleid ontwikkeld. We hebben de volgende aanpak gehanteerd:
Integrale samenwerking
Vanaf het begin hebben we alle betrokken vakdisciplines binnen de gemeente betrokken bij het ontwikkelen van het beleid. Bestuurlijk zijn zowel de wethouder economie als de wethouder ruimtelijke ordening verantwoordelijk. Ambtelijk heeft een brede projectgroep het proces van begin tot eind begeleid, bestaande uit medewerkers van economie, ruimtelijke ordening, milieu, verkeer en Omgevingswet. Met deze projectgroep hebben we de verschillende bedrijventerreinen ook bezocht en geanalyseerd.
Afstemming met partners
We hebben in een vroeg stadium contact gezocht en overleg gevoerd met betrokken ketenpartners zoals de provincie, ODR en GGD. Met de ODR hebben we de huidige prakrijk en toekomstige mogelijkheden van vergunningverlening voor kantoren op bedrijventerreinen besproken. Met de GGD hebben we de gevolgen voor een gezonde omgeving besproken en verkend hoe we gezondheid in het beleid kunnen integreren. Met een aantal lokale makelaars hebben we de lokale vestigingsvragen van kantoren verkend.
Met de provincie hebben we afstemming gezocht over het provinciale beleid voor bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Belangrijk gespreksonderwerp was de herziening het Regionale Programma Bedrijventerreinen/Werklocaties (RPB/RPW). De focus in het provinciale beleid komt ook steeds meer te liggen op het toekomstbestendig houden van de bestaande bedrijventerreinenvoorraad, voorkomen van leegstand, meer functiemenging en kwaliteitsverbetering. Niet voor niets spreekt de provincie niet meer over bedrijventerreinen maar over werklocaties. Onze zoektocht naar of, en hoe we kantoren op bedrijventerreinen mogelijk kunnen maken, past in deze beleidslijn.
Overleg met directbetrokkenen
Om ondernemers en vastgoedeigenaren op de bedrijventerreinen te betrekken bij het ontwikkelen van de beleidsrichtlijnen hebben we drie interactieve discussiebijeenkomsten gehouden op het gemeentehuis. Tijdens de bijeenkomsten stonden de volgende onderwerpen centraal:
27 juni 2019 Introductie en analyse van het vraagstuk
24 september 2019 Verkennen van eerste oplossingsrichtingen
4 december 2019 Bespreken van het eerste beleidsvoorstel
Deze bijeenkomsten waren open voor iedereen met interesse en/of een belang bij het onderwerp. We hebben ondernemers en eigenaren uitgenodigd via de bedrijventerreinverenigingen en sociale media. Bij elke bijeenkomst waren circa 20 ondernemers aanwezig. Doel van de bijeenkomsten was om in een open sfeer standpunten, belangen en ideeën uit te wisselen en gezamenlijk tot een beleidsuitgangspunten te komen die recht doen aan het gezamenlijke belang van goed functionerende en kwalitatieve bedrijventerreinen.
Tijdens de bijeenkomsten zijn we ingegaan op ieders rol in het proces. We vroegen aanwezigen om, ieder vanuit het eigen belang en ervaring in de praktijk, mee te denken over de analyse van de opgave, de doelstellingen die centraal zouden moeten staan en welke steekhoudende argumenten er zijn voor het wel of niet toestaan van kantoren op bedrijventerreinen. Als gemeente hebben we aangegeven dat we graag een open gesprek voeren over deze onderwerpen en dat het onze taak is om uiteindelijk een afweging te maken in belangen en argumenten en het algemene belang te borgen. We hebben de bijeenkomsten benut om lokale kennis, goede ideeën, aandachtspunten en argumenten op te halen die van belang zijn voor de integrale en zorgvuldige beleidsafweging.
Aanvullend op deze bijeenkomsten hebben we overleg gehad met drie bedrijven in de hoogste milieucategorieën op de grootste terreinen: Aviateur op De Heuning, Romein Beton (BTE Groep) op Bonegraaf en Recticel op ‘t Panhuis. Met hen bespraken we specifiek de mogelijke gevolgen die kantoorhuisvesting in de omgeving kan hebben op hun bedrijfsvoering en eventuele toekomstige ontwikkelingen.
In gesprek met ondernemers en vastgoedeigenaren tijdens ondernemersbijeenkomsten en bedrijfsbezoeken
Hoofdstuk H1
Artikel 1.4