Bestaande bedrijventerreinen
Deze beleidsrichtlijnen gaan over de bestaande bedrijventerreinen in de gemeente Neder-Betuwe. Dit zijn de gebieden die zijn opgenomen in het Regionale Programma Bedrijventerreinen (RPB) en het registratiesysteem IBIS van de provincie, en het bestemmingsplan bedrijventerrein dat op 27 juni 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het gaat om de bedrijventerreinen ’t Panhuis en Broekdijk in Kesteren, Bonegraaf in Dodewaard, Tolsestraat in Opheusden en De Heuning in Ochten.
De beleidsrichtlijnen gaan niet over particuliere, thematische of solitaire bedrijvenlocaties elders in de gemeente zoals Walenhoek (particulier terrein), Agro Business Center/ABC-terrein (thematisch terrein) en Meezendreef (solitair bedrijf). Ook geplande uitbreidingen van bedrijventerreinen die nog niet in bestemmingsplannen zijn vastgelegd, vallen buiten de scope van dit beleid.
Ligging van de bestaande bedrijventerreinen in de gemeente Neder-Betuwe waar de beleidsrichtlijnen voor gelden
Kantoorhuisvesting
Met een kantoor wordt in deze beleidsrichtlijnen bedoeld een werk- en verblijfsruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van hoofdzakelijk administratieve werkzaamheden zonder baliefunctie (conform het bestemmingsplan). Deze beleidsrichtlijnen bieden een toetsingskader voor alle vormen van aanvragen voor kantoorhuisvesting. We onderscheiden de volgende mogelijke vormen van kantoorhuisvestingsaanvragen:
Het gebruik van een niet-zelfstandige kantoorlocatie als zelfstandig kantoor door een andere gebruiker (bedrijfsmatige splitsing).
Het gebruik van een voormalig bedrijfspand (met bedrijfsbestemming) als zelfstandig kantoorbedrijf en eventuele aanbouw (functiewijziging).
Nieuwbouw van een zelfstandig kantoorpand, eventueel na sloop bestaand vastgoed met een bedrijfsbestemming (vastgoedontwikkeling).
Het gebruik van een bedrijfswoning als zelfstandig kantoor.
Beleidskader
Deze beleidsrichtlijnen bieden een beleidskader op basis waarvan toekomstige aanvragen voor kantoorhuisvesting op bestaande bedrijventerreinen kunnen worden getoetst. Na vaststelling door de gemeenteraad werken we dit beleidskader uit in een passend planologisch instrumentarium en de wijze waarop we in de toekomst omgaan met toezicht en handhaving.
Hoofdstuk H1
Artikel 1.3