Zonering
Om deze beleidsdoelen te bereiken, maken we in de toekomst op de bedrijventerreinen onderscheid in de volgende twee zones:
Reguliere gebieden waar niets verandert in het beleid of regels, en waar ook in de toekomst ruimte blijft voor reguliere bedrijven in productie en transport met op een aantal locaties ruimte voor bedrijven met een substantiële milieubelasting (milieu categorieën 4 en 5).
Gemengde zones waar, naast de reguliere bedrijvigheid met een beperkte milieubelasting (huidige regels), ook kantoorhuisvesting is toegestaan. De huidige planologische mogelijkheden voor de vestiging van bedrijven in deze zones verandert niet, er wordt alleen de mogelijkheid voor kantoorhuisvesting aan toegevoegd, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan (zie volgende paragraaf).
Onderscheid kleine en grote terreinen
We kiezen ervoor om de kleine terreinen Broekdijk en Tolsestraat in de toekomst te beschouwen als gemengde werklocaties. Deze bedrijventerreinen hebben een relatief kleinschalige omvang en opzet, liggen dicht tegen de kern aan, hebben enkel lichte bedrijvigheid (milieu categorieën 2 en 3) en zijn daardoor geschikt om onder bepaalde voorwaarden kantoren toe te staan. De vestiging van kantoren levert hier geen problemen op. Sterker nog, het kan bijdragen aan het vitaal houden van deze terreinen op de langere termijn.
Op de grote terreinen Bonegraaf, ’t Panhuis en De Heuning zijn bedrijven aanwezig met een behoorlijke milieubelasting (milieucategorieën 4 en 5). Deze zitten vaak midden op het terrein. Naar de randen toe neemt de milieubelasting van bedrijven af. Om te voorkomen dat er onderlinge overlast of onveilige situaties ontstaan tussen kantoren en bedrijven met een milieubelasting (geur of geluid), blijven we de kern van deze terreinen ook in de toekomst beschouwen als reguliere bedrijvenlocaties. De randzones van de grote terreinen gaan we beschouwen als gemengde werklocaties waar, net als op de kleine terreinen, naast de huidige planologische mogelijkheden van reguliere bedrijven ook kantoren onder bepaalde voorwaarden zijn toegestaan. Afhankelijk van de aard en kenmerken van het terrein, streven we voor de grote terreinen naar een verhouding van circa 40% gemengde zone en circa 60% behoud van de reguliere zone. Daarmee garanderen we ook dat er in de toekomst voldoende ruimte blijft voor reguliere bedrijven.
Het conceptuele model voor de toekomstige zonering op de bestaande bedrijventerreinen
We maken in de gemengde zones geen onderscheid in kantoorhuisvesting in een niet-zelfstandig kantoorpand of bedrijfswoning, gebruik van een bedrijfspand/hal voor kantoorhuisvesting of de sloop van een bedrijfspand en nieuwbouw van een kantoorpand.
Bijdrage aan doelen
Belangrijk is om aan te benadrukken dat zowel in de reguliere gebieden als de gemengde zones de bestaande bestemmingen en regelingen blijven bestaan. Ook de geldende bouwvoorschriften ten aanzien van bijvoorbeeld bouwhoogte en bebouwingspercentage blijven gelden. In de gemengde zones wordt de mogelijkheid voor de vestiging van zelfstandige kantoren onder voorwaarden toegevoegd.
Door uit te gaan van deze zonering bereiken we een aantal doelen:
We bieden vestigingsmogelijkheden voor kantoren die tot nu toe zeer beperkt aanwezig waren in Neder-Betuwe. Daarmee stimuleren we een grotere diversiteit aan vestigingsmilieus, bedrijvigheid en werkgelegenheid.
We bewegen mee met marktontwikkelingen ten aanzien van vestigingsvoorkeuren, functieveranderingen en verschijningsvormen.
We zorgen ervoor dat er geen volledige verkleuring en verdringing kan plaats vinden en ook in de toekomst voldoende ruimte blijft voor ‘reguliere’ bedrijvigheid.
We voorkomen dat er potentiele conflictsituaties ontstaan tussen (zelfstandige) kantoren en bedrijven met een hoge milieubelasting (milieucategorie 4 en 5).
We zorgen ervoor dat de mogelijke toename van personenverkeer (auto en fiets) door de vestiging van kantoren beperkt blijft tot de randzones en niet doordringt tot de kern van de terreinen. Zo blijven de afgelegde afstanden op de terreinen beperkt.
We stimuleren de uitstraling en ruimtelijke kwaliteit van de terreinen richting de woonkernen en de doorgaande weg door (investeringen in) kantoren in de aangrenzende randzones mogelijk te maken.
Hoofdstuk
Artikel 3.2