4.6.1Bodemkwaliteit
De contour waarop de beheersverordening Oostoever 2016 betrekking heeft is gelegen aan de zuidoostelijke rand van Den Helder. Het gebied is globaal gelegen ten noorden van de Rijksweg N99, ten oosten van het Noordhollandsch Kanaal, ten westen van de Waddenzee en ten zuiden van het defensiecomplex. Het gebied heeft grotendeels een industriële functie. Daarnaast heeft het een zeewerende functie en is een deel in gebruik als natuurgebied. Uit historische gegevens blijkt dat het gebied in 1939 is ingedijkt. Vervolgens is het tot circa 1980 als akkerbouwgrond gebruikt. Vanaf 1980 zijn delen van het gebied in gebruik genomen als industrieterrein.
De grond bestaat vanaf het maaiveld tot ten minste 3,5 meter onder maaiveld voornamelijk uit zand. Hieronder bevinden zich tot 7 meter onder maaiveld diverse veen- en kleilagen. Het gebied maakt geen deel uit van een grondwater- of bodembeschermingsgebied.
Deellocaties
Baggerstort
Op Oostoever bevinden zich twee ontvangstlocaties voor minerale afvalstoffen van Milieupark Oost. Op deze locaties worden de afvalstoffen be- en verwerkt tot herbruikbare grondstoffen. De eerste locatie (’t Oost 1) is gelegen op het meest noordelijk terreingedeelte van Oostoever. De tweede locatie (’t Oost 2) is gelegen ten zuiden van de NAM-locatie.
Noordelijk terreindeel (‘t Oost 1)
Uit bodemonderzoek van 1993 is gebleken dat grond en grondwater licht tot matig zijn verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie.
Zuidelijk terreindeel (‘t Oost 2)
Op dit terrein is in 1994 bodemonderzoek uitgevoerd. Het terrein bleek niet tot licht verontreinigd. Plaatselijk is in het grondwater een matige arseenverontreiniging gevonden.
Van het oorspronkelijke terrein van ’t Oost 2, destijds ruim 10 hectare, resteert nog ca 4 hectare. Het overige gebied is nu natuurgebied. Hier is door Milieupark Oost een ‘vogeleiland’ aangelegd.
De bodem van de depots op beide terreinen is voorzien van bodembeschermende voorzieningen. Er is een monitoringssysteem aangelegd ter controle van de werking van deze voorzieningen.
Zuiveringsinstallatie
Op een terrein van circa 5 ha bevindt de zuiveringsinstallatie van het RWZI. Bodemonderzoeken hebben lichte verontreinigingen in grond en grondwater aangetoond. Plaatselijk is een sterk verontreinigde sliblaag aangetroffen en afgevoerd.
Industrieterrein Oostoever
Ten noorden van het NAM gasbehandelingsstation bevindt zich een bedrijfsterrein.
De meeste deelterreinen zijn in het verleden onderzocht op bodemverontreiniging. Over het algemeen blijkt de bodem van de terreinen niet tot slechts licht verontreinigd te zijn.
Ter plaatse van de onderstaande locaties is bekend dat een geval van sterke bodemverontreiniging aanwezig is/was, waarbij mogelijk restverontreiniging is achtergebleven:
Oostoeverweg 19. In 1995 is een sterke verontreiniging met minerale olie en PAK in de grond en minerale olie in het grondwater aangetroffen. In 2002 heeft ter plaatse een bodemsanering plaatsgevonden.
Oostoeverweg 21. Ter plaatse is een voormalig stortplaats aanwezig. Tijdens een verkennend onderzoek is gebleken dat de bovengrond sterk verontreinigd is met minerale olie. In het grondwater bevindt zich een sterk verontreiniging met vluchtige aromaten die jaarlijks gemonitord wordt.
Oostoeverweg 27. In de grond bevond zich een sterke verontreiniging met zware metalen. Deze bodemverontreiniging is in 1998 verwijderd.
Oostoeverweg 27A. In de puinhoudende bovengrond zijn sterk verhoogde gehalten PAK aangetroffen. Het grondwater is een sterk verontreinigd met arseen.
NAM-locatie
Op het terrein, van circa 19 ha, is een gasbehandelingsinstallatie van de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij bv) gelegen. Voor het terrein is een provinciale vergunning Wet milieubeheer afgegeven. Voorafgaande de bouw van installaties en gebouwen zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit de onderzoeken blijkt dat grond en grondwater over het algemeen niet tot slechts licht verontreinigd zijn.
Door de aanwezige bedrijfsactiviteiten bestaat een verhoogde kans op bodemverontreiniging met voornamelijk de stoffen minerale olie, vluchtige aromaten en kwik.
Er hebben zich geregeld calamiteiten voorgedaan waarbij bodemverontreiniging is ontstaan. De verontreinigingen zijn gesaneerd. Plaatselijk zijn sterke restverontreinigingen achtergebleven. Voor een groter geval van bodemverontreiniging is een beheersplan opgesteld en vindt nog jaarlijks grondwatermonitoring plaats. Er is nog geen sprake van een stabiele situatie.
Hoogwater Vluchtplaats
Op het zuidelijk terreingedeelte, naast het ‘Vogeleiland’, bevindt zich een “Hoogwater vluchtplaats voor vogels”. Dit betreft een natuurgebied met een oppervlakte van circa 8 ha. Het terrein is voorafgaand aan de ontwikkeling tot het natuurterrein onderzocht. Hieruit blijkt dat de locatie niet tot slechts licht verontreinigd is.
Gebied Kooysluis
Van dit gebied is weinig bodeminformatie bekend.
Tussen het Noordhollandsch Kanaal, de Rijksweg N99 en de sluis heeft Rijkswaterstaat een opslagterrein gehad. Uit een beschikking van de provincie blijkt dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De grond is sterk verontreinigd met zink en het grondwater is sterk verontreinigd met minerale olie.
4.6.2 Bodem in relatie de beheersverordening
Aangezien de beheersverordening conserverend van aard is maakt het geen nieuwe activiteiten mogelijk die kunnen leiden tot verdere bodem verontreinigende functies.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.6
Bodem
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent ruimtelijke invulling voor de Oostoever