4.7.1Inleiding
Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. In de loop van de tijd hebben ruimtelijke ontwikkelingen veel ruimte aan het water onttrokken. Begin deze eeuw heeft de overheid gesteld dat ruimtelijke ontwikkelingen de ruimte voor water niet verder mogen beperken. Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is de vroegtijdige betrokkenheid van de waterbeheerder bij ruimtelijke plannen te borgen, zodat nieuwe ontwikkelingen niet voor wateroverlast zorgen.
4.7.2Waterbeheer
Hier worden de maatregelen en effecten beschreven zoals deze zijn opgenomen in het waterplan.
In het verordeningsgebied zijn twee boezem wateren gelegen. Het Noordhollandsch Kanaal en het Balgzand kanaal. Het Balgzand kanaal loopt van het Amstelmeer, naar de spuisluis bij de Waddenzee. Tevens is er een open verbinding met het natuurgebied aan de zuidzijde van het plangebied. Het Noordhollandsch Kanaal loopt door het plangebied maar maakt geen verbinding met overige gronden binnen het plangebied.
De bedrijven en woningen gelegen binnen het verordeningsgebied zijn aangesloten op een gescheiden rioolstelsel.
4.7.3Watertoets
Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. In de loop van de tijd hebben ruimtelijke ontwikkelingen veel ruimte aan het water onttrokken. Begin deze eeuw heeft de overheid gesteld dat ruimtelijke ontwikkelingen de ruimte voor water niet verder mogen beperken. Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is de vroegtijdige betrokkenheid van de waterbeheerder bij ruimtelijke plannen te borgen, zodat nieuwe ontwikkelingen niet voor wateroverlast zorgen.
De beheersverordening is conserverend van aard en omvat het meest zuidoostelijke deel van Den Helder. Het grootste deel bestaat uit een bedrijventerrein (hier is onder andere de NAM gevestigd), het zuidelijkste deel is bestemd als baggerdepot en natuurgebied.
In het algemeen geldt dat hoofdwaterlopen middels de verordening en de bijbehorende regels en verbeelding als water bestemd zijn en dat secundaire waterlopen in de omliggende bestemming zijn opgenomen.
In het aanlegvergunningenstelsel is opgenomen dat bij het dempen van sloten een Keurontheffing benodigd is.
Het verordeningsgebied kent mede door zijn conserverende aard en het feit dat het gelegen is tussen twee boezemwaters geen wateropgave.
Bij eventuele toename van verharding zal dit leiden tot een versnelde afvoer van het hemelwater en zal het HHNK, ongeacht of de ontwikkeling wel of niet past binnen de beheersverordening, compenserende maatregelen eisen in de vorm van het graven van extra oppervlaktewater om ongewenste peilstijgingen te voorkomen. Voor een verhardingstoename tussen de 800m2 en de 2000m2 hanteert het HHNK per locatie een compensatiepercentage van 10%, daarboven 15%. Voor een verhardingstoename minder dan 800m2 verlangt het HHNK geen compenserende maatregelen.
Omdat deze verordening conserverend van aard is en daardoor geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt is een uitgebreide watertoets niet noodzakelijk.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.7
Waterparagraaf
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent ruimtelijke invulling voor de Oostoever