Naar hoofdinhoud
In de beheersverordening is de bestaande situatie vastgelegd door middel van een verordeningsgebied. De bestaande situatie is weergegeven in hoofdstuk 2. Deze vormt samen met de regelingen uit het (voorheen) geldende bestemmingsplan de basis voor de gebruiks- en bouwregels. Onder de feitelijke bestaande situatie wordt het bestaande gebruik en de bestaande bouwwerken verstaan: Het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van deze beheersverordening; Bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze beheersverordening aanwezig zijn, dan wel gebouwd kunnen worden krachtens een (al verleende) omgevingsvergunning voor het bouwen. In deze beheersverordening zijn de bestaande functies en bebouwing geregeld, door middel van gebruik- en bouwregels. Deze regelen de functies die beschreven zijn in hoofdstuk 2 en het gebruik en de bebouwing. De regeling uit de (voorheen) geldende bestemmingsplannen is daarnaast overgenomen, zodat de bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden blijven bestaan. In een aantal gevallen is een keuze gedaan waar binnen begrip “bestaand” de prioriteit moet liggen: feitelijk bestaand of planologisch bestaan geval. In hoofdstuk 5 is per aspect de keuze gemotiveerd.

Rechtspraak bij dit artikel