Van onrechtmatige bewoning van een recreatieverblijf is sprake indien het gebruik hiervan strijdig is met de vigerende bestemmingsplannen. Recreatieverblijven zijn alle verblijven die op grond van de gemeentelijke bestemmingsplannen de bestemming ‘recreatie’ hebben. Voorbeelden hiervan zijn onder meer chalets, stacaravans en recreatiewoningen.
Een recreatiewoning is een bouwwerk dat bestemd is voor tijdelijk recreatief verblijf door een persoon, een gezin of een daarmee gelijk te stellen groep mensen, dat niet fungeert als hoofdverblijf en dat voldoet aan de technische eisen van het bouwbesluit met betrekking tot logiesfuncties. Voor een recreatiewoning gelden minder strenge bouweisen dan voor een woning die bestemd is voor regulier gebruik.
Het verbod op de permanente bewoning van een recreatiewoning is vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied Aalten 2004, alsmede het bestemmingsplan Buitengebied Aalten 2007. In artikel 11 van de voorschriften van het bestemmingsplan Buitengebied Aalten 2004 staat dat de gronden met de op de plankaart aangegeven bestemming “recreatiewoning” zijn bestemd voor recreatief wonen. Het recreatief wonen wordt in het bestemmingplan gedefinieerd als ‘bewoning door een persoon of door groepen van personen die hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben’. Op grond van artikel 39.1 van het bestemmingsplan is het verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming.
Het is bij permanente bewoning van een recreatiewoning niet van belang hoelang de personen in de woning verblijven, maar het is van belang dat zij de woning als hoofdverblijf gebruiken. Kortom degenen die in de recreatiewoning verblijven dienen elders hun hoofdverblijf te hebben, is dit niet het geval dan wordt de recreatiewoning onrechtmatig bewoond.
Artikel 2