1.. De urgentieverklaring vervalt na het verstrijken van de geldigheidsduur.

2.. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken indien:

  • - De woningzoekende niet langer valt onder de genoemde doelgroepen in artikel 16;
  • - Het huishouden niet meer in de omstandigheden verkeert op basis waarvan de verklaring is verleend;
  • - De woningzoekende bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren;
  • - De woningzoekende daar om verzoekt;
  • - Indien de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met de beschrijving van die omstandigheden in de Gemeentelijke Basisregistratie Personen;
  • - De woningzoekende als bedoeld in artikel 16 lid 2 twee keer een aangeboden woning niet heeft geaccepteerd;

3.. Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de verklaring verlengen indien:

  • - Geen passende woonruimte beschikbaar is geweest gedurende de periode waarvoor de urgentieverklaring is verleend;
  • - In bijzondere gevallen.

4.. Burgemeester en wethouders kunnen al dan niet op verzoek van de woningzoekende de urgentiecategorie wijzigen, als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.

5.. Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld, wordt aan hem een nieuwe beschikking verstrekt met een gelijkblijvende looptijd.

6.. In afwijking van artikel 17 lid 6 komt in het geval de woningzoekende benoemd in artikel 16 lid 2 onder c de woonruimte niet accepteert, de woningzoekende niet eerder dan na 6 maanden opnieuw in aanmerking voor urgentie op basis van het contingent.