1.. Woningcorporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een centraal register van woningzoekenden.

2.. Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting, einde van de inschrijving en verlenging van de inschrijving.

3.. De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving en uitschrijving.

4.. In dit register worden op hun verzoek als woningzoekenden ingeschreven:

  • - de huishoudens die voldoen aan de toelatingseisen ingevolge artikel 10, tweede lid van de wet;
  • - de huishoudens die een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 16 bezitten.

5.. Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

6.. Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 271, eerste lid, tweede volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.