Tijdens het aanplanten van de boom wordt het boomgat gevuld met losgemaakte grond (spitten en doormengen). Waar nodig wordt er nieuwe bomengrond aangebracht, afhankelijk van de bodemkwaliteit en structuur.
De bomen in de kernen aangeplant in de boomspiegels vragen extra aandacht. In straten met veel verharding en verkeer is bomenzand of zelfs bomengranulaat noodzakelijk. Deze hebben meer structuur en verdichten minder snel. Voldoende lucht in de ondergrond is belangrijk voor de wortels; zo infiltreert regenwater ook beter.
Situatie
Maatregel
Open maaiveld, onbelast
Doorspitten als nodig aanbrengen bomengrond
(organisch stofgehalte > 7%)
Onder licht belaste verharding
Aanbrengen bomenzand
(organisch stofgehalte ca. 3-5%)
Onder zwaar belaste verharding
Aanbrengen bomengranulaat
Hoofdstuk 4.
Artikel 5.3