De boomwortels hebben ruimte, water en lucht nodig. Om gezond en vitaal te blijven moeten de bomen voldoende ondergrondse doorwortelbare ruimte krijgen. In het bomenontwerp vindt afstemming plaats tussen de boomsoort, de beoogde omlooptijd en het gewenste eindbeeld. De onderstaande tabel geeft een indicatie van de benodigde ruimte die een boom nodig heeft om zonder gebreken uit te kunnen groeien. Bij de benodigde doorwortelbare ruimte is uitgegaan van het gangbare hangwaterprofiel in de gemeente Roerdalen. Op locaties waar de boom met de wortels bij het grondwater kan, is er minder doorwortelbare ruimte nodig.
Boomsoort
Omlooptijd
Eindbeeld
Benodigde ruimte
kroondoorsnede
stamdoorsnede
doorwortelbare ruimte
stabiliteitskluit
1ste grootte
80 jaar
15-20 m
60-80 cm
40-70 m3
3,5-5 m
60 jaar
10-15 m
40-60 cm
30-50 m3
3-3,5 m
40 jaar
8-12 m
30-40 cm
20-35 m3
2,5-3 m
20 jaar
3-5 m
15-20 cm
10-20 m3
1,5-2,5 m
2de grootte
60 jaar
8-12 m
30-40 cm
20-35 m3
2,5-3 m
3de grootte
40 jaar
3-5 m
15-20 cm
10-20 m3
1,5-2,5 m
knotboom
50 jaar
2-4 m
20-40 cm
4-8 m3
1,5-2 m
snelgroeiende soort
50 jaar
15-20 m
60-80 cm
40-70 m3
3,5-5 m
25 jaar
8-12 m
30-40 cm
20-35 m3
2,5-3 m
In de openbare ruimte is de doorwortelbare ruimte vaak beperkt. De ruimte voor de boom is bijvoorbeeld afhankelijk van het straatprofiel of kabels en leidingen. Bij projecten waar sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik vindt vooraf overleg plaats tussen de civiele en de groene werkvoorbereider en wordt bepaald wat er ter plaatse mogelijk is. Het uitgangspunt is dat voor een (toekomstige) Bomenlijst-boom voldoende ondergrondse ruimte wordt gereserveerd. En bij Bomenstructuur-bomen wordt meer moeite gedaan om de bomen voldoende ruimte mee te geven, dan voor bomen uit de categorie ‘Overige Bomen’. Waar mogelijk, wordt geadviseerd om de bomen in grotere groene boomspiegels of ruime groenstroken aan te planten. Afwijken van de indicatieve doorwortelbare ruimte is mogelijk, mits rekening wordt gehouden met minimale ruimte die nodig is voor de stabiliteitswortels.
In de kernen, vooral in de verharding, dienen extra voorzieningen te worden getroffen. De nieuwe aan te planten bomen in de verharde omgeving moeten voorzien worden van een watergeefsysteem.
Verdichting van de ondergrond is niet gunstig voor de bomen en leidt tot opdruk van verharding. Dit brengt hogere onderhoudskosten en veel meldingen met zich mee. Zo ontstaan ook onveilige situaties, de gemeente wordt hiervoor vaak aansprakelijk gesteld. Afhankelijk van de lokale situatie kunnen bij het aanplanten de volgende extra maatregelen worden toegepast, zoals wortelgeleidende of wortelwerende schermen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 5.4