Naar hoofdinhoud
Wanneer het voor de cliënt zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport, kan een tegemoetkoming voor de meerkosten van de sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. Eens per drie jaar wordt er een tegemoetkoming in de meerkosten verstrekt voor het aanschaffen van een sportvoorziening. Hiervoor geldt een maximum van € 2600 per 3 jaar (artikel 36 lid 2 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020). Afwegingskader voor een sportvoorziening Het verstrekken van een sportvoorziening is gericht op het kunnen deelnemen aan de maatschappij. Het kan daarbij gaan om sporten in verenigingsverband, maar ook om sporten in georganiseerd en gestructureerd verband zoals een trainingsgroep. Sportvoorzieningen voor gezamenlijk gebruik komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming in de meerkosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel