Woonvoorzieningen betreffen woningaanpassingen of hulpmiddelen gericht op het normale gebruik van de woning. Als het gaat om het wonen in een geschikte woning worden zowel roerende ( losse) voorzieningen als onroerende (nagelvaste) voorzieningen bedoeld. Uitgangspunt is daarbij dat de cliënt zelf al beschikt of zal beschikken over een woning.
De voorziening moet ervoor zorgen dat de cliënt zich in en om de woning zodanig kan redden dat normaal functioneren mogelijk is. Bij normaal gebruik van de woning moeten de gebruikelijke ruimten bereikt en gebruikt kunnen worden. Te denken valt daarbij aan de toegang tot de woning, de woonkamer, het slaapvertrek, het toilet, de badkamer, de keuken en de tuin of balkon.
Wij onderscheiden de volgende woonvoorzieningen:
Roerende woonvoorzieningen; voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een bad brancard of tillift);
Onroerende woonvoorziening; bouwkundige voorzieningen, nagelvaste voorzieningen (bijvoorbeeld een traplift of een ophoging van de tegels bij de voordeur);
Financiële tegemoetkoming meerkosten; de verhuis- en inrichtingskosten.
Roerende woonvoorzieningen
Of de cliënt in aanmerking komt voor een losse woonvoorziening hangt mede af van de bouwkundige situatie van de woning en van de ondervonden beperkingen en belemmeringen. De losse voorziening moet voorzien in een oplossing voor een elementaire woonfunctie. Meestal is een losse woonvoorziening een goedkoop en adequaat alternatief voor een vaste voorziening.
Een roerende woonvoorziening/hulpmiddel kan ook in de vorm van een pgb verstrekt worden. De voorziening moet binnen 12 maanden na toekenningsdatum zijn aangeschaft. Is dat niet het geval, dan kan de pgb worden ingetrokken. Een losse woonvoorziening moet minimaal zijn voorzien van het CE-keurmerk.
Onroerende woonvoorzieningen
Met de voorziening die de cliënt wil inzetten moet het resultaat om zelfstandig te kunnen blijven wonen en participeren gehaald worden. Hiervoor kan een programma van eisen worden opgesteld door de gemeente, waaraan de voorziening moet voldoen. Daarnaast gelden alle van toepassing zijnde wettelijke eisen en verordeningen en de NEN-normen (zie www.nen.nl). De kwaliteit van onroerende woonvoorzieningen houdt ook in dat gebruik wordt gemaakt van materialen die duurzaam zijn en zoveel mogelijk onderhoudsvrij, rekening houdend met de goedkoopst passend voorziening. Dit is ter beoordeling van de bouwkundige van de gemeente Ede. Met onroerende woonvoorzieningen wordt onder andere bedoeld;
Bouwkundige woningaanpassingen, zoals een verbouwing of aanbouw
Bij verbouwing of aanbouw gelden de volgende elementen die voor vergoeding in aanmerking komen (zowel bij verstrekking in natura, als bij verstrekking in de vorm van een pgb):
Het door het college vastgestelde bedrag (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de voorziening door de bewoner(s) zelf wordt getroffen dan vervalt meestal de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw (RWU 1991).
Een door de gemeente vastgesteld bedrag als architectenhonorarium voor zover het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing wordt ingeschakeld.
De leges voor de bouwvergunning, voor zover de bouwvergunning betrekking heeft op het treffen van de voorziening.
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting.
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn.
De kosten in verband met noodzakelijk en technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing.
De kosten van (her)aansluiting op de openbare nutsvoorziening.
Een traplift
Wanneer een traplift met een pgb wordt aangeschaft moet deze voldoen aan kwaliteitseisen. Deze zijn terug te vinden via handicare-trapliften.nl. De trapliften van Handicare zijn gekeurd conform de standaard NEN-EN 81-40:2008 van het Nederlands Liftinstituut.
Het aanpassen van gemeenschappelijke ruimtes
Een aanpassing in gemeenschappelijk ruimte in een wooncomplex, dat niet specifiek bedoeld is voor cliënten met een beperking of ouderen (zie artikel 16 onder f, Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020), kan worden toegekend zolang deze aanpassing niet als algemeen gebruikelijk kan worden gezien. Een aanpassing aan een gemeenschappelijk ruimte kan worden toegekend als hiermee de betreffende woonruimten bereikbaar worden gemaakt, dit kan bestaan uit:
Het verbreden van de toegangsdeuren
Het aanbrengen van elektrisch deuropeners
Het aanbrengen van een extra trapleuning
Het aanleggen van een drempelhulp/hellingbaan
Voordat de gemeente overgaat tot het aanbrengen van aanpassingen in gemeenschappelijk ruimten zal contact worden gelegd met de verhuurder en/of VvE. Een VvE wordt gezien als voorliggend verantwoordelijk voor het aanpassen van gemeenschappelijke ruimten waardoor het woongenot wordt opgewaardeerd. Eventueel wordt in overleg afgestemd welke aanpassingen nodig zijn, wie welke kosten draagt en wie er verantwoordelijk is voor het onderhoud en reparties.
Een stalling
Voor het stallen van hulpmiddelen voor vervoer (scootmobiel e.d.) moet een geschikte, overdekte geventileerde en als nodig voorzien van een elektrisch aansluiting, ruimte aanwezig zijn. Zo is het hulpmiddel beschermd tegen diefstal, vernieling en weersinvloeden. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor een adequate stalling van fiets, driewieler of ander vervoermiddel. Als het nodig is kan een bestaande stalling worden aangepast en wordt deze voorziening verstrekt in zorg in natura of pgb. Als de situatie dat wenst kan het college huurkosten of plaatsingskosten van een stallingruimte vergoeden. Kan het hulpmiddel niet in een gemeenschappelijke ruimte worden gestald dan wordt samen met de cliënt en verhuurder naar een ander mogelijkheid gezocht.
Woningsanering
In bijzondere gevallen wordt voor de cliënt de woning gesaneerd. Er is sprake van een bijzondere omstandigheid als er een acute noodzaak voor woningsanering is, vanwege COPD/astmaklachten in verband met allergie voor huisstof of huisstofmijt. Deze noodzaak moet met een rapport van de (long)verpleegkundig specialist worden ondersteund. Voor een woonsanering is artikel 36 lid 3 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 van toepassing.
Het bezoekbaar maken van de woning
De cliënt die staat ingeschreven bij de gemeente Ede maar verblijft in een Wlz-instelling wordt in de gelegenheid gesteld om partner of het gezin waarvan hij duurzaam deel uit maakt te bezoeken. Voor het bezoekbaar maken van deze woning gelden aanpassingen op het gebied van het bereikbaar maken van de woonkamer, slaapkamer en het gebruik van badkamer en toilet (noodzakelijk voor het bezoek). Voor het bezoekbaar maken van de woning is artikel 36 lid 2 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 van toepassing.
Financiële tegemoetkoming meerkosten voor een verhuizing
Bijna iedereen verhuist wel 1 of meerdere keren in zijn leven. Voor een verhuizing die nodig is omdat de client vanwege plotseling ontstane beperkingen belemmerd wordt in het normaal gebruik van de woning, kan de client in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van verhuizen en herinrichting van de nieuwe woning. Voorwaarde is dat de client verhuist naar een woning waarin hij wel adequaat kan wonen en dat dit de goedkoopst adequate oplossing is. Voor een verhuizing naar een andere geschikte woning geldt een maximum van € 2750 (artikel 36 lid 2 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020).
Afwegingskader voor woonvoorzieningen
Het beschikken over een woning behoort tot de eigen verantwoordelijkheid. Dit geldt ook voor het beschikken over een zo geschikt mogelijk woning. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid om passende maatregelingen te nemen behorend bij de levensfase. Voor het bepalen van de aard en de omvang van de te verstrekken woonvoorzieningen wordt gekeken of verhuizen naar een aangepaste woning of het aanpassen van de huidige woning het goedkoopst passend is. Bij een woningaanpassing gaat het om de belemmeringen in en rond de woning te verminderen of op te heffen. Of de cliënt in aanmerking komt voor roerende of onroerende voorziening of een verhuiskostenvergoeding hangt af van de beperkingen en belemmeringen van de cliënt en van de bouwkundige situatie van de huidige woning.
Bij een afweging tussen woningaanpassingen of een verhuiskostenvergoeding geldt volgens artikel 15 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 dat als een woonvoorziening duurder is dan €7.000,- eerst de mogelijkheid van verhuizing naar een passende of een goedkoper aanpasbare woning wordt onderzocht. Hierbij wordt rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de cliënt. De volgende punten worden hierin meegewogen:
Als de ergonomische belemmeringen onvoldoende opgelost kunnen worden door aanpassingen in de eigen woning is verhuizen naar een geschiktere woning de enige adequate oplossing.
Als aanpassingen ( technisch) mogelijk zijn moeten de aanpassingskosten van de huidige woning worden afgezet tegen:
De voorziening voor verhuizing en inrichting voor de cliënt;
Het eventueel aanpassen van de nieuwe woning; en
Het eventueel vrijmaken van de woning.
De beschikbaarheid van een aangepaste woning binnen een medisch aanvaardbare termijn.
Sociale omstandigheden, zoals de aanwezigheid van mantelzorgers.
Participatie mogelijkheden, zoals de aanwezigheid/bereikbaarheid van belangrijke basisvoorzieningen in de buurt.
Financiële consequenties voor de cliënt met betrekking tot de woonlasten.
Voor een verhuiskostenvergoeding is artikel 36 lid 3 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 van toepassing.
Hoofdstuk 3
Artikel 20