In deze bijlage staat de nadere uitwerking van enkele van de hiervoor genoemde voorwaarden en onderwerpen.

Het college kiest voor de onderstaande lijn, mits passend binnen de wettelijke kaders. Bij de beoordeling of een aanvraag aan de voorwaarden voldoet, is maatwerk vereist.

Lokale sociaal maatschappelijke organisaties:

Lokale sociaal maatschappelijk organisaties ondersteunen publieke aangelegenheden in gemeente Alphen aan den Rijn voor maatschappelijke doeleinden ten aanzien van cultuur, sport en educatie, recreatie, welzijn en zorg, zonder daarbij winst na te streven.

Organisaties die nu nog geen subsidie ontvangen kunnen ook een eenmalige subsidie vanuit het Verlengde Steunfonds COVID-19 aanvragen.

Een onderdeel dat we specifiek uitlichten zijn de evenementen:

Organisatoren van evenementen ontvangen geen subsidie, maar een financiële bijdrage op basis van het Evenementenbeleid. De meeste organisatoren ontvangen achteraf (dus ná het evenement) hun bijdrage. Als een evenement niet doorgaat, keert de gemeente niet uit. Er zijn situaties denkbaar waarbij de organisator al veel kosten gemaakt heeft en dat de gemeente (een deel van) de financiële bijdrage toch uitkeert. Organisatoren die niet-bedrijfsmatig evenementen organiseren, worden voor de beoordeling in het kader van dit Verlengde Steunfonds COVID-19 eveneens aangemerkt als sociaal maatschappelijke organisatie en kunnen, onder genoemde voorwaarden, een aanvraag doen. Daarbij geldt dat eventueel vanuit het Evenementenbeleid toegezegde financiële bijdragen allereerst worden aangewend, voordat eventuele subsidie vanuit het Steunfonds wordt verleend.

Gebruik van andere vangnetregelingen en verantwoordelijkheid aanvrager:

Sociaal maatschappelijke organisaties zijn op de eerste plaats zelf aan zet om maatregelen te nemen om de gevolgen van de COVID-19 crisis op te vangen. Als gemeente hebben we de middelen niet om op grote schaal onze inkomsten kwijt te schelden of anderszins financiële steun te verlenen zonder dat we hierbij drastisch en acuut andere uitgaven moeten terugdringen, nog los van de juridische gevolgen die dit kwijtschelden of steun verlenen met zich meebrengen. De gemeente verwacht dat de maatschappelijke organisaties in de gemeente een eventueel gemis aan inkomsten primair vanuit hun eigen buffers opvangen, waarbij ze bijvoorbeeld gebruik maken van de regelingen die het Rijk en andere (koepel)organisaties als generieke steunmaatregelen hebben opgetuigd. Zo wordt van de sociaal maatschappelijke organisaties verwacht dat zij gedurende de sluiting niet-noodzakelijke uitgaven uitstellen, variabele kosten maximaal terugbrengen en proberen op andere manieren hun inkomsten te behouden en zo mogelijk te vermeerderen. Een aanvrager moet aantonen dat het maximale is gedaan om met het schrappen/verschuiven van alle beïnvloedbare uitgaven alles in het werk is gesteld om de financiële vitaliteit van organisatie te waarborgen.

Mogelijkheden gemeente:

De gemeente werkt, vóór het verlenen van een voorlopige subsidie op basis van deze regels, zoveel mogelijk mee aan het voorkomen van de liquiditeitsdip die kan ontstaan door wegvallende omzet door de corona-crisis. Mogelijkheden hiervoor zijn:

• Betalingsregelingen afspreken of aanpassen voor huren/belastingen enzovoort.

Levensvatbaarheid aanvragende organisatie:

De gemeente onderzoekt of de aanvragende organisatie ook voor de Covid-19 pandemie levensvatbaar was. De regeling is niet bedoeld om financiële problemen van voor 1 maart 2020 op te vangen.

Het college zal vooralsnog terughoudend zijn in het nemen van maatregelen die samenhangen met renteloze leningen, zekerheden en garantstellingen bij banken.

Toetsing op regels voor staatsteun:

Bij iedere vorm van ondersteuning dient rekening gehouden te worden met geldende wet- en regelgeving (bijvoorbeeld ten aanzien van staatsteun).

Bij het verstrekken van een eenmalige subsidie zou elke aanvraag afzonderlijk in het licht van de Europese regels over staatsteun moeten worden beoordeeld. Er is sprake van staatssteun als aan de voorwaarden wordt voldaan zoals omschreven in artikel 107 lid 1 VWEU.

Per aanvraag moet worden beoordeeld of aan de criteria voor staatssteun wordt voldaan. Omdat dit in de praktijk zou kunnen leiden tot aanzienlijke vertraging in de behandeling van de aanvragen, kiest de gemeente ervoor om bij alle aanvragen de aanvragers te verzoeken om een overzicht van alle de minimis-steun over de jaren 2018, 2019 en 2020 op te geven, die ze over deze periode hebben ontvangen. Zo wordt bewerkstelligd dat, mocht in een individueel geval toch worden voldaan aan criteria van de staatssteun, de verleende steun in de lijn van de-minimis-verordening wordt verstrekt.

Verantwoording achteraf:

In afwijking van artikel 14 Asv 2020 worden alle subsidies op basis van dit Steunfonds voorlopig verleend. ‘Voorlopig’ betekent dat de subsidieontvanger die ook een structurele subsidie van de gemeente ontvangt, de verantwoording gelijktijdig met de verantwoording van de structurele subsidie (uiterlijk 1 april 2021) aanlevert. Dit geldt ook voor de subsidieontvangers die na juni 2020 een aanvraag hebben ingediend. De overige subsidieontvangers leveren de verantwoording uiterlijk 31 oktober 2020 aan bij de gemeente. De nadere voorwaarden hiervan staan in de subsidiebeschikking die wordt toegestuurd aan de aanvrager. Gemeente houdt dan onder andere rekening met de ontwikkelingen na voorlopige verlening: ontvangt de subsidieontvanger bijvoorbeeld (toch) geld via het Rijk of een andere vangnetregeling (die ten tijde van de aanvraag eventueel nog niet beschikbaar was), dan kan gemeente de eenmalig verleende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.