Stap 4. De burgemeester stuurt een voornemen tot het opleggen van een kort aanlijngebod en/of een muilkorfgebod voor de hond
Er is sprake van een ernstig bijtincident of een herhaling licht bijtincident. De burgemeester stuurt het voornemen tot het opleggen een kort aanlijngebod- en/of een muilkorfgebod voor de hond aan de eigenaar of houder van de hond, indien op grond van een rapport en/of een melding blijkt dat deze hond een (tweede) bijtincident heeft veroorzaakt. De eigenaar/houder krijgt 10 dagen de tijd om een zienswijze kenbaar te maken.
Stap 5. Zienswijze eigenaar
Binnen 10 dagen kan de eigenaar/houder een zienswijze tegen het voorgenomen besluit indienen. Deze termijn van 10 dagen kan korter zijn als de burgemeester dit gezien de feiten en omstandigheden noodzakelijk acht.
Is de houder/eigenaar het niet eens met het voornemen dan mag hij voor eigen rekening een gedragstest uit laten voeren via de daartoe bevoegde instantie, om aan te tonen dat zijn hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. De gemeente dient het rapport rechtstreeks van de toetsende instantie te ontvangen.
Een risico-assessment is bijvoorbeeld een MAG-test (maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag), agressietest (zoals ontwikkeld door de universiteit Utrecht) of een TOP-test (Toetsing Op Persoonlijkheid). Een professionele gedragsbeoordelaar heeft de opleiding tot gedragskeurmeester of gedragsbeoordelaar met succes afgerond en beschikt over (voldoende recente) praktijkervaring, zoals een door de Raad van Beheer op kynologisch gebied Nederland benoemde gedragskeurmeester.
Stap 6. Besluit tot het opleggen van een aanlijngebod- en/of een muilkorfgebod voor de hond
Na afloop van de zienswijzetermijn wordt een eventuele zienswijze betrokken bij het nemen van het definitieve besluit.
Dit kan een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod zijn. Als dat besluit is genomen, moet de hond binnen de in de brief aangegeven tijd worden aangelijnd en, indien van toepassing, een muilkorf dragen.
Daarnaast kan er bij een ernstig bijtincident ook aanleiding zijn om nader onderzoek te gelasten (gedragstest). Voor de ernstige of herhaalde overtreding hebben we soms ook te maken met maatschappelijke onrust binnen een wijk of directe omgeving. Om deze onrust weg te nemen is het soms van belang dat we ook maatregelen nemen. Indien daar niet vrijwillig aan meegewerkt wordt door de eigenaar, verzorger of houder van de hond, kan op dat moment ook inbeslagname van de hond aan de orde zijn.
Een aanlijn- en/of muilkorfgebod worden in principe opgelegd voor onbepaalde tijd.
Een besluit tot het opleggen van een kort aanlijn- en/of een muilkorfgebod voor de hond is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat.
Aan dit besluit wordt een dwangsom gekoppeld bij een eventuele overtreding van het besluit bij een volgend vastgesteld bijtincident.
Stap 7. Bezwaar tegen besluit
De eigenaar/houder van de hond kan binnen zes weken bezwaar maken tegen het besluit en een verzoek tot voorlopige voorziening indienen.
Stap 8. Dwangsom verbeuren bij overtreding van een besluit
Als het besluit door de eigenaar/houder wordt genegeerd of overtreden, riskeert men het verbeuren van een dwangsom die mag worden ingevorderd. Van een overtreding is sprake als er een ondeugdelijke lijn en/of ondeugdelijke muilkorf wordt gebruikt of als in zijn geheel geen lijn en/of muilkorf wordt gebruikt.
Hoogte van de dwangsom
De hoogte van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Het geschonden belang in deze is de veiligheid van inwoners, hun gasten en hun dieren. Zij moeten zich zonder gebeten te worden vrijelijk in de openbare ruimte kunnen bewegen.
De beoogde werking van de dwangsom is het opvolgen van het opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgebod. De hoogte van de dwangsom bij bijtincidenten die zijn voorgekomen na het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod bedraagt € 500,- per geconstateerde overtreding met een totaal van maximaal € 1.500,-.
Een invorderingsbeschikking is ook een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep open staat.
De eigenaar/houder van de hond loopt tevens het risico op een eventuele strafrechtelijke boete van de politie. Overtreding van artikel 2:59 APV kan op grond van het bepaalde in artikel 6:1 van de APV worden bestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.