Stap 9.1 Verzoek vrijwillig afstand te doen
Na een tweede of een zeer ernstig bijtincident kan de gemeente de eigenaar/houder van hond een brief sturen met de mededeling dat zijn of haar hond als gevaarlijk (APV) was aangewezen met het verzoek om vrijwillig afstand van de hond te doen.
Als het besluit (nogmaals) wordt overtreden en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen, dan kan er door de gemeente bestuursdwang worden opgelegd. De dwangsom is dan al opgelegd, deze herstelsanctie wordt stopgezet. Het eventueel verbeurde openstaand bedrag kan alsnog ingevorderd worden.
Er wordt gestart met een nieuwe herstelsanctie, namelijk het opleggen van bestuursdwang. Afhankelijk van het geval zijn er twee grondslagen voor toepassing van de bestuursdwang.
Stap 9.2 Bestuursdwang op grond van art. 5:31 Awb
De burgemeester is op grond van artikelen 5:29 en verder van de Awb bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften te beletten of te beëindigen. Zo nodig kunnen er hiertoe spoedmaatregelen worden genomen (5:31 Awb).
De burgemeester besluit tot inbeslagname van de hond als:
**•.** de hond door de burgemeester is aangewezen als gevaarlijk waarbij een kort aanlijn- en/of een muilkorfgebod van de hond is opgelegd op grond van artikel 2:59 APV en vervolgens;
**•.** de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen en direct optreden wordt verwacht.
Bij bijtincidenten is de situatie veelal dermate spoedeisend dat het bestuursorgaan de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen en dit dus achteraf plaatsvindt.
Spoedeisende bestuursdwang kan bijvoorbeeld worden toegepast indien inbeslagname van de hond noodzakelijk is, maar er op het moment van de overtreding niet direct sprake is van verstoring is van de openbare orde.
Stap 9.3 Inbeslagname door burgemeester (bij verstoring van de openbare orde)
De burgemeester is op grond van artikel 172 Gemeentewet bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde, te beletten of te beëindigen. De burgemeester kan besluiten tot inbeslagname van de hond bijvoorbeeld als:
**•.** De eigenaar of houder van een hond die door de burgemeester als gevaarlijke hond is aangewezen en handelt in strijd met artikel 2:59 APV en vervolgens de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van (zeer) ernstig letsel of ernstige gevolgen.
**•.** In geval van het niet naleven van regelgeving die noopt tot handhaving van de openbare orde. De houder van een hond die een (zeer) ernstig bijtincident heeft begaan wordt eerst gevraagd om afstand te doen van zijn hond. De burgemeester geeft bevel tot het onvrijwillig in beslag nemen van de hond indien de houder niet vrijwillig afstand doet van de hond.
Het is de taak van de gemeente om een instantie te regelen die de hond in beslag kan nemen en vervoeren. De Politie Oost-Nederland beschikt over een hondenbrigade die geschikt is om deze taken uit te voeren. De gemeente overlegt met de Politie Oost-Nederland of de hondenbrigade kan worden ingezet. Dit overleg vindt plaats op het moment dat er een hond in beslag moet worden genomen. Als de hondenbrigade wordt ingeschakeld dan krijgt de hondenbrigade van de burgemeester een bevel tot inbeslagname. Dit bevel wordt gegeven nadat is gecontroleerd of alle beschikbare middelen van de APV reeds zijn toegepast.
De burgemeester geeft bevel tot inbeslagname en geeft de opvanglocatie door. De hondenbrigade gaat direct ter plaatse over tot inbeslagname van de hond. De hond wordt ondergebracht op een geheime locatie. De hondenbrigade vervoert de hond naar de aangegeven locatie. De hond wordt getest door een gedragsdeskundige. Afhankelijk van de uitslag moet de hond inslapen of wordt hij aangeboden aan een dierenasiel voor resocialisatie van de hond. De hond mag in beginsel in geen geval opnieuw in het bezit komen van de oorspronkelijke eigenaar/houder. De kosten van vervoer, verblijf, test en eventueel euthanasie of resocialisatie van de hond komen voor rekening van de eigenaar/houder van de hond.
De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het vervoer en opslaan van de hond. De coördinatie verloopt via het team Inbeslaggenomen goederen en dieren van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO), 088-0424959, ibg@rvo.nl. Zij zorgen voor een locatiehouder. Met de locatiehouder kan besproken worden hoe het vervoer geregeld wordt of via de dierenambulance. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het laten testen van de hond.
De inbeslagname mag maximaal 4 weken duren, uitzonderingen daargelaten. De hond ondergaat een risico-assessment. Afhankelijk van de uitslag moet de hond inslapen, wordt hij aangeboden aan een dierenasiel voor resocialisatie van de hond of wordt hij (onder voorwaarden) herplaatst bij een andere eigenaar. De hond mag in geen geval opnieuw in het bezit komen van de oorspronkelijke eigenaar.
Belangrijk verschil met inbeslagname op grond van art. 5:21 Awb door het college en spoedeisende bestuursdwang door de burgemeester:
**•.** er is sprake van een 'concreet en actueel gevaar voor de openbare orde';
**•.** er zijn geen andere, minder vergaande maatregelen aanwendbaar zijn;
**•.** de toepassing moet voortvarend plaatsvinden.
Bedreiging of verstoring van de openbare orde kan aan de orde zijn, indien gevoelens van onrust ontstaan in de omgeving waar de hond normaliter verblijft. Dit kan blijken uit de ingewonnen informatie, bestuurlijke rapportages of uit processen-verbaal van bevindingen. Ook het gedrag van de eigenaar van de hond kan hiertoe aanleiding geven. De eigenaar bagatelliseert bijvoorbeeld het incident waardoor een gerechtvaardigde vrees voor herhaling bestaat en uit het dossier blijkt dat het probleem ook niet alleen bij de hond ligt.
In een situatie waarbij de openbare orde wordt bedreigd of verstoord door dreigende overtreding, zal na inbeslagname zoals aangegeven nader onderzoek gedaan moeten worden om te komen tot vervolgbesluitvorming. Door een gecertificeerde instelling zal bezien worden of de hond elders herplaatst moet worden of - in overleg met het OM - geëuthanaseerd moet worden.
Kostenverhaal
De kosten van bestuursdwang zijn op grond van artikel 5:25 Algemene wet bestuursrecht verhaalbaar op de overtreder. In dit geval de eigenaar/houder van de hond.