De aansturing van de afzonderlijke afdelingshoofden betreft het toetsen op de voortgang en het monitoren van afspraken.
De directieleden hebben periodiek bilateraal overleg met de afzonderlijke afdelingshoofden.
De directieleden en de afdelingshoofden bepalen gezamenlijk de frequentie en op welke wijze invulling wordt gegeven aan het overleg.