De rollen van de directie of een directielid en het afdelingshoofd ten aanzien van concernbrede activiteiten worden voorafgaand per situatie in onderling overleg vastgesteld.
Een directielid kan bij een programma of activiteit betrokken zijn om de navolgende redenen:
bij de initiatieffase om mee te denken en te sturen op de te kiezen richting;
bij bestuurlijk gevoelige onderwerpen als ondersteuner van het bestuur;
als Kampen zich moet of wil profileren of om op te treden als ambassadeur;
bij calamiteiten als crisismanager.