Wij bepalen tijdens het onderzoek of u in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. De gidsen zijn in staat:
om beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid vast stellen;
te beoordelen of de specifieke omstandigheden het recht op een persoonsgebonden budget (pgb) in de weg staat;
en zaken van een technische aard, zoals woningaanpassingen, te beoordelen.
Als er onduidelijkheid is over de lichamelijke en/of geestelijke beperkingen, kan er een medisch advies worden opgevraagd. Dit kan ook wanneer het niet helder is op welke wijze een maatwerkvoorziening kan bijdragen aan uw zelfredzaamheid of participatie. Dit advies wordt gegeven door een deskundige die op het niveau van een arts werkt. Gaat het niet om het vaststellen van beperkingen, dan kan het advies bijvoorbeeld ook door een paramedicus worden gegeven. Een voorbeeld van een paramedicus is een fysiotherapeut.
Wij bepalen de inhoud en de reikwijdte van de adviesaanvraag. Het advies bestaat in ieder geval uit de volgende vragen:
Welke objectief aantoonbare beperkingen heeft de inwoner?
Hoe belemmeren deze beperkingen de inwoner in zijn participatie in het dagelijks leven.
Zijn deze belemmeringen zo groot dat de verstrekking van een Wmo-voorziening medisch noodzakelijk is?
Zo ja, welke (combinatie van) Wmo-voorziening(en) biedt een passende oplossing voor de belemmeringen?
Welke concrete, al dan niet aangepaste, voorziening wordt geadviseerd?
Als er meerdere oplossingen mogelijk zijn, wat is dan de goedkoopst-passende?
Beoordeling advies
Het advies wordt beoordeeld door de gemeente. Deze beoordeling bestaat uit de volgende punten.
Uitvoering onderzoek. In het onderzoek staat op welke datum, manier, plaats en door welke adviseur (naam en zijn deskundigheid) het onderzoek is verricht. Dit kan door een huisbezoek, een telefoongesprek, maar ook zonder de inwoner te spreken. In dat laatste geval heeft mogelijk alleen een dossieronderzoek plaatsgevonden of heeft de adviseur, met toestemming van de inwoner, contact gehad met de behandelende specialist, bijvoorbeeld de huisarts. Dit moet aangegeven worden in het advies. Ook moet het advies vermelden of de adviseur zelf (lichamelijk) onderzoek heeft gedaan, en zo niet, wat daarvan de reden is. Het advies moet gebaseerd zijn op actuele feiten en gegevens en moet aangeven volgens welke criteria het onderzoek is uitgevoerd.
Aannames in het onderzoek. Uit het advies moet blijken of er een aanname is gedaan en wat voor een effect dit heeft op de resultaten van het onderzoek en/of de conclusies die daaraan worden verbonden.
Overleg met andere deskundigen of behandelaars. Heeft de adviseur overleg gehad met andere adviseurs/deskundigen, dan moet het advies vermelden waar dat overleg over ging en wat de invloed is geweest op de inhoud en de conclusie(s) van het advies. Is de inwoner onder behandeling en is zijn behandelaar niet geraadpleegd, dan moet het advies vermelden waarom de adviseur dat niet noodzakelijk vindt.
Controle. De bevindingen van de adviseur moeten zo worden omschreven, dat een andere deskundige deze kan controleren.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.8
Medisch advies
Onderdeel van Nadere regels Wet Maatschappelijke ondersteuning 2020