Een inwoner met lichamelijke, psychische of verstandelijke problemen, heeft soms hulp nodig om zo lang en zo zelfstandig mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Ook minderjarigen en mensen met een Wlz-indicatie die thuis wonen, kunnen deze problemen hebben. Wij hebben de taak om u te helpen wanneer u niet in staat bent om zelf oplossingen te vinden voor problemen bij het normale gebruik van uw woning. Onder het normale gebruik van de woning wordt verstaan dat u gebruik kan maken van essentiële (noodzakelijke) woonfuncties van uw woning.
Voorbeelden van essentiële woonfuncties zijn:
wonen, douchen en slapen;
de veiligheid in en rond de woning en de toegankelijkheid van de woning;
het gebruik maken van de keuken;
het aan- en uitkleden, wassen en verschonen van een baby die helemaal van de verzorging van de inwoner afhankelijk is;
het doen van de huishoudelijke werkzaamheden, zoals wassen en strijken van kleding;
slapen en eten;
de kinderen moeten zonder gevaar in de woonruimte kunnen spelen.
2.2.1Een woonvoorziening
U kunt een woonvoorziening krijgen als u door uw beperking niet meer zelfstandig in uw woning kan wonen. U kijkt eerst naar uw eigen mogelijkheden, bijvoorbeeld algemeen gebruikelijke voorzieningen, andere regelingen of hulp uit het sociale netwerk. Wanneer dit geen geschikte oplossing biedt, kunnen wij maatwerk in de vorm van een woonvoorziening bieden. Wij kijken hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar te verwachten ontwikkelingen van de gezondheid. Het maakt geen verschil of het gaat om een huurwoning of om een koopwoning.
2.2.2 Criteria om in aanmerking te komen voor een woonvoorziening
Om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening moet u, behalve aan de algemene criteria voor een maatwerkvoorziening, ook aan een aantal specifieke criteria voldoen. Het gaat hierbij om de volgende criteria:
De woonvoorziening moet een gevolg zijn van de beperking. Dit houdt in dat er een aantoonbaar verband is tussen uw beperkingen en het niet normaal kunnen gebruiken van uw woning;
U heeft uw hoofdverblijf in de aan te passen woning. Dit houdt in dat u in de woning die u wil laten aanpassen woont en u hier uw hoofdverblijf heeft.
Een bouwkundige woningaanpassing
Als wij van mening zijn dat een woningaanpassing nodig is, dan kunnen wij een externe adviseur een programma van eisen op laten stellen voor de goedkoopst passende oplossing.
Wij vergoeden de goedkoopste oplossing voor de woningaanpassing in de vorm van een pgb. Om de hoogte van het pgb te betalen is het noodzakelijk dat u minimaal twee offertes opvraagt en naar ons toestuurt.
Als wij één van de aangeleverde offertes goedkeuren, geven wij vervolgens toestemming voor het uitvoeren van de woningaanpassing. U bent zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningaanpassing volgens het programma van eisen.
Opstalverzekering
Bij het vergroten van de woning gaan wij ervan uit dat u als eigenaar van de woning uw opstalverzekering aan de hogere herbouwwaarde van de woning aanpast.
Het primaat van verhuizen
Wanneer er in het kader van de Wmo hulp nodig is, verstrekken wij de goedkoopst passende oplossing. In het geval van een woonvoorziening kan dit ook betekenen dat wij het primaat van verhuizen toepassen en de verhuiskosten vergoeden. Het primaat van verhuizen houdt in dat de gemeente een inwoner vraagt te verhuizen naar een geschikte woning in plaats van de huidige woning aan te passen. Als wij het primaat van verhuizen toepassen, ontvangt u eenmalig een vast geldbedrag, een verhuiskostenvergoeding, bedoeld voor de kosten van verhuizing en inrichting. Uw huidige woning wordt dan niet aangepast.
Criterium primaat van verhuizen
Het primaat van verhuizen kan pas worden toegepast als de totale kosten van de benodigde woningaanpassing(en) meer dan € 5.000,- bedragen.
Belangenafweging
Voordat wij het primaat van verhuizen toepassen, doen wij eerst zorgvuldig onderzoek naar de verschillende belangen (omstandigheden) die meespelen. Wij noemen dit een belangenafweging.
Tijdens de belangenafweging wordt er uitgebreid onderzoek gedaan. Dit is niet vreemd gezien het feit dat toepassing van het primaat van verhuizen een behoorlijk ingrijpende gebeurtenis in uw leven kan zijn. Er moeten soms veel belangen worden afgewogen, afhankelijk van uw situatie. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:
de aanwezigheid van een passende woning;
de kostenvergelijking tussen uw huidige woning aanpassen en verhuizen;
de gezondheidssituatie van u en uw huisgenoten;
de afstand tot voorzieningen waar u gebruik van maakt;
de wil om te gaan verhuizen;
de leeftijd van u en uw huisgenoten;
in hoeverre uw woning al is aangepast;
de medisch aanvaardbare termijn;
de sociale omstandigheden;
de afstemming met andere voorzieningen;
de eventuele stijging in de woonlasten;
de aanwezigheid van familie, vrienden en mantelzorg.
Wanneer wij tot de conclusie komen dat er een passende woning beschikbaar is, dan kunnen wij uw verhuiskosten vergoeden. De hoogte van de verhuiskostenvergoeding is €2.000,-.
Als er geen passende woning aanwezig is, dan kan het primaat van verhuizen in sommige gevallen alsnog worden toegepast. Wanneer de nieuwe woning kan worden aangepast zodat deze wel aansluit bij uw hulpvraag, kan het primaat alsnog worden toegepast. In deze situatie ontvangt u een verhuiskostenvergoeding en een extra vergoeding voor de noodzakelijke aanpassingen.
Wanneer er sprake is van een verhuiskostenvergoeding, wordt er verwacht dat u binnen 1 jaar verhuist naar een andere woning. Deze periode kan in overleg verlengd worden. Voor het uitbetalen van de verhuiskostenvergoeding is het noodzakelijk dat u een kopie van de huur- of koopovereenkomst naar ons opstuurt.
Beschikbare woning
In het geval wij het primaat van verhuizen toewijzen, moet er wel een beschikbare woning zijn. Wij hebben de taak om te bekijken of er een woning beschikbaar is binnen de medisch aanvaardbare termijn. Voor de vraag of er een passende woning beschikbaar is of komt, overleggen wij met de woningcorporatie. Voor de vraag wat de medisch aanvaardbare termijn is, vragen wij een medisch advies op. De gemeente hoeft niet te bemiddelen bij het verkrijgen van een andere woning.
Inwoner wil niet verhuizen
Wij passen het primaat van verhuizen niet dwingend toe. Als u niet wil verhuizen terwijl het primaat van verhuizen wel kan worden toegepast, kennen wij een verhuiskostenvergoeding toe. U kan die verhuiskostenvergoeding besteden aan het aanpassen van de huidige woning. De eventuele extra kosten voor het aanpassen van uw huidige woning zijn voor uw eigen rekening.
Als wij een verhuiskostenvergoeding toekennen terwijl u niet gaat verhuizen, worden hierover afspraken met u gemaakt. Nieuwe beperkingen in het normale gebruik van de woning vergoeden wij in dat geval niet meer. Tenzij het gaat om beperkingen in het normale gebruik van de woning, die ook zouden zijn opgetreden als u wel was verhuisd naar de passende woning.
Uitraasruimte
Een uitraasruimte is maatwerk in de vorm van een verblijfsruimte waarin iemand, die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen. De ruimte zal dus prikkelarm en veilig moeten zijn. Daarnaast is eventueel een voorziening nodig die toezicht mogelijk maken.
Op basis van een extern advies, bijvoorbeeld van een onafhankelijk psycholoog of orthopedagoog, zal op individuele basis worden bekeken of een uitraaskamer noodzakelijk is. Ook wordt gekeken naar de eisen waar de uitraasruimte aan moet voldoen. Als het mogelijk is zullen bestaande ruimtes, bijvoorbeeld de slaapkamer, worden aangepast. Een uitraasruimte is niet bedoeld om overlast voor huisgenoten te beperken, hoewel dit wel een bijkomend effect kan zijn.
Mantelzorgwoning
Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning, gaan wij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren, die op het terrein bij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst.
Bij een aanvraag van een mantelzorgwoning is het uitgangspunt dat de uitgaven die de verzorgde heeft, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn huur, kosten nutsvoorzieningen (elektriciteit, water ect.) , verzekeringen enz. Met die middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een mantelzorgwoning (deels) van te betalen.
Iemand die mantelzorg nodig heeft, kan in het achtererfgebied van zijn mantelverzorger gaan wonen. Andersom is ook mogelijk; mantelzorgverlener in de woongelegenheid en mantelzorgontvanger in de hoofdwoning. Het moet daarbij gaan om de huisvesting in of bij een woning van maximaal 1 huishouden, bestaande uit maximaal 2 personen. Van dit huishouden verleent of ontvangt ten minste 1 persoon mantelzorg van een bewoner van de woning.
Wij werken zo veel mogelijk mee aan het verstrekken van een bouwvergunning. Tijdens het onderzoek wordt er gekeken naar de goedkoopst passende oplossing voor uw hulpvraag. Wanneer een bijdrage voor een mantelzorgwoning niet de goedkoopst passende oplossing is, kan uw aanvraag worden afgewezen.