De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, in overleg met de aanvrager, door de beheerder.
Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:
a. de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 12 en 14 opgenomen vereisten is voldaan, en
b. alleen bij begraving van een stoffelijke overschot, de beheerder de identiteit van het stoffelijke overschot heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat.
Hoofdstuk 4.
Artikel 13
Aanwijzgingen graf; controle bescheiden
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Buren 2020