Naar hoofdinhoud
1.. De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 9 kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken: als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten; indien de vergunninghouder daaraan verbonden voorschriften niet naleeft; indien de vergunninghouder hierom verzoekt. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen de aan een vergunning verbonden voorschriften wijzigen in het belang van het monument.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel