**1..** De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 9 kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten;
indien de vergunninghouder daaraan verbonden voorschriften niet naleeft;
indien de vergunninghouder hierom verzoekt.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen de aan een vergunning verbonden voorschriften wijzigen in het belang van het monument.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13.