**1..** Degene die een opgraving doet:
voldoet aan de eisen gesteld in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;
meldt de aanvang van de opgraving uiterlijk 10 werkdagen voor aanvang bij burgemeester en wethouders;
meldt binnen twee weken na voltooiing van de opgraving schriftelijk de eerste bevindingen aan burgemeester en wethouders;
conserveert de aangetroffen archeologische vondsten en draagt deze, alsmede de daarbij behorende opgravingsdocumentatie, binnen twee jaar na voltooiing van de opgraving over aan de eigenaar als bedoeld in artikel 5.7 van de Erfgoedwet;
legt binnen twee jaar na voltooiing van de opgraving aan burgemeester en wethouders een rapport voor als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid van de Erfgoedwet.
**2..** Burgemeester en wethouders vragen advies over de melding aan een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen naar aanleiding van de melding voorschriften stellen met betrekking tot het toezicht op de uitvoering. Hiertoe behoort in ieder geval het voorschrift dat aanwijzingen van burgemeester en wethouders in acht moeten worden genomen.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de voorschriften, bedoeld onder sub b, c en d, voor zover een vergunninghouder redelijkerwijs niet in staat is aan een voorschrift te voldoen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.