Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Leningen: uitgeleend geld en garanties.

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent het treasurystatuut

Binnen de gemeente Den Helder wordt, voor het uitvoeren van de publieke taak, gebruik gemaakt van diverse financiële instrumenten, waaronder het verstrekken van gemeentelijke garanties en/of geldleningen. Het beleidsmatige aspect heeft de gemeente, naast het wettelijke kader genoemd in het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Wet Bestuursrecht, de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden, vastgelegd in haar financiële verordening (ex art 212 Gw) en in het beleidskader Gemeentelijke garanties en geldleningen. Deze laatste geeft nadere regels over het verlenen van een gemeentegarantie of een gemeentelijke geldlening. Vanuit maatschappelijk oogpunt kan het verlenen van financiële steun aan instellingen gewenst zijn, maar hier tegenover staan financiële risico’s die met het verstrekken van de geldleningen en garanties zijn gemoeid. Van geval tot geval moet bepaald worden of het maatschappelijke belang van de verstrekking in verhouding staat tot de te lopen risico’s. De verstrekking van leningen en garanties behoort immers niet tot de kerntaak van de gemeente. Op basis hiervan pleit vorenstaande om te kiezen voor het beleidsuitgangspunt: nee, tenzij… Dit betekent dat bij het inzetten van de instrumenten “verlening van een garantie” of “verstrekking van een geldlening” door de gemeente eerst naar een oplossing in de markt moet worden verwezen en dat een gemeentelijke geldlening of garantie slechts in laatste instantie, onder voorwaarden, kan wordt verstrekt. Een behoudende opstelling van de gemeente Den Helder blijft het uitgangspunt. Een verstrekking van gemeentegarantie of geldlening wordt alleen gedaan aan instellingen die voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het beleidskader Gemeentelijke garanties en geldleningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel