In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, aanhef en onder c Participatiewet;
Grondslag: de voor de werkloze werknemer dan wel gewezen zelfstandige toepasselijke grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 3 tot en met 7 IOAW en artikel 5 lid 3 tot en met 6 IOAZ;
Inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder n Participatiewet; artikel 8, tweede lid, IOAW en artikel 8, derde lid, IOAZ;
Inkomstenvrijlating alleenstaande ouders: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder r, Participatiewet, artikel 8, vijfde lid, IOAW en artikel 8, negende lid, IOAZ;
Inkomstenvrijlating medische urenbeperking: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder z,Participatiewet, artikel 8, zevende en achtste lid IOAW en artikel 8, elfde en twaalfde lid, IOAZ;
Inkomsten uit arbeid: inkomsten uit arbeid waarop loonbelasting of inkomstenbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet dan wel andere wettelijk verplichte bijdragen ingehouden en afgedragen zijn aan de aangewezen uitvoeringsorganen. Als inkomsten uit (of in verband met) arbeid wordt mede aangemerkt: doorbetaling van loon door de werkgever tijdens ziekte; een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg of Ziektewet in verband met zwangerschap of bevalling.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.