De Kadernota bevat een integraal overzicht van de maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan relevante trends en (beleidsmatige) ontwikkelingen. Aan de hand van de inventarisatie wordt uitwerking gegeven aan de visie, missie en uitgangspunten (rol van de gemeente) als kader voor de verdere uitwerking.
In de Uitvoeringsagenda wordt per project (buurthuizen, onderwijs, sociaal cultureel, sport en welzijn en zorg) uitwerking gegeven aan het accommodatiebeleid.
"Visie Best beschikt over goede maatschappelijke basisvoorzieningen die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in wijken en buurten en de algehele ontwikkeling en maatschappelijke participatie van Bestenaren. Missie De gemeente Best realiseert op een doelmatige en doeltreffende wijze goede maatschappelijke basis-voorzieningen die voorzien in een manifeste lokale behoefte of die een strategische bijdrage leveren aan de maatschappelijke infrastructuur in regionaal verband. Dit geschiedt in samenspraak met de Bestenaren of specifieke aandachtsgroepen en in samenwerking met maatschappelijke partners. De rol van de gemeente Het beheer en exploitatie van gemeentelijke voorzieningen vormt niet automatisch een gemeentelijke kerncompetentie. Gemeente Best ontwikkelt in samenwerking met maatschappelijke partners. Het stelsel aan maatschappelijke voorzieningen bevordert de uitvoering van wettelijke taken en de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen wijk, wijkoverstijgende, gemeentelijke en regionale voorzieningen. Multifunctioneel gebruik van voorzieningen vormt het vertrekpunt. Bundeling van gelijksoortige voorzieningen. Maatschappelijk rendement is leidend. Om te komen tot zowel een goede maatschappelijke benutting alsook een goede exploitatie wordt een gedifferentieerde tarifering aangehouden (commercieel, kostendekkend en maatschappelijk tarief)."
Op 7 mei 2012 heeft de raad de beleidsnotitie vastgesteld. In deze beleidsnotitie worden de uitgangspunten voor beheer en eigendom van gemeentelijk vastgoed benoemd.
"Hoofdprincipes voor het gemeentelijk vastgoed De gemeente gaat uit van een aantal principes om het efficiënt gebruik van haar accommodaties te stimuleren en een maximaal maatschappelijk rendement te behalen. De gemeente streeft naar een zo hoog mogelijke bezettingsgraad van haar vastgoed. De gemeente rekent marktconforme tarieven aan de gebruikers van haar vastgoed. De gemeente concurreert niet op een oneigenlijke manier met de markt als aanbieder van ruimten. De gemeente beoordeelt het vastgoedbeheer als zelfstandig prestatieveld, waarbij het streven is om het financiële resultaat van de vastgoedportefeuille minimaal kostenneutraal te laten zijn. De gemeente gaat uit van locatieonafhankelijke subsidieverlening. Bij subsidiering gaan we uit van de maatschappelijke opbrengst van activiteiten. Gebruikers krijgen de vrijheid om hun accommodatie naar eigen inzicht zo efficiënt mogelijk te kiezen. Voorwaarden voor vastgoedbezit Het bezit van vastgoed is geen kerntaak van de gemeente. Er zijn wel redenen te noemen om vastgoed zelf in eigendom te hebben. Eigendom geeft maximale invloed op het gebruik van het vastgoed, kan de goedkoopste oplossing zijn of strategisch gezien de beste mogelijkheid bieden om vastgoed flexibel in te zetten bij zich wijzigende omstandigheden. Vastgoedobjecten kunnen worden aangehouden of aangekocht als zij voorzien in de huisvesting en ondersteuning van het bestuur en de ambtelijke organisatie en diensten. Doelstellingen zijn het voorzien in effectieve (kantoor)ruimte, een lage prijs van huisvesting, bijdragen aan de uitstraling van de gemeente en het bijdragen aan beleidsdoelstellingen. Vastgoedobjecten kunnen worden aangehouden als dit het maatschappelijk belang dient en de markt hierin niet voorziet. Deze objecten worden in een permanente exploitatie ondergebracht. Vastgoedobjecten kunnen worden aangehouden en tijdelijk in exploitatie worden genomen wanneer er strategische redenen zijn om deze aan te houden. Voorbeelden zijn: Vastgoed waarvoor plannen worden gemaakt om het een nieuwe bestemming te geven. Vastgoed, aangekocht of aangehouden in afwachting van ruimtelijke ontwikkelingen. Het voorkomen van afhankelijkheid van commerciële verhuurders wanneer bekend is dat de eisen die het huidige gebruik aan het pand stellen gaan veranderen. Wanneer een uitzonderlijke situatie het wenselijk maakt dat de gemeente ook civielrechtelijke zeggenschap heeft over een vastgoedobject. Wanneer zonder participatie in het vastgoed de ontwikkeling door een derde van een maatschappelijke dienst onmogelijk is. Bij dergelijke participaties moet blijvend worden gezocht naar andere investeerders voor het gemeentedeel. Vastgoedobjecten die niet aan bovenstaande criteria voldoen, maar waarvan het exploitatieresultaat winstgevend is, kunnen worden aangehouden. Vervreemding heeft in dat geval geen urgentie. Als zich een goede kans voordoet om het object te vervreemden en het pand voor de gemeente geen strategische waarde heeft, wordt tot afstoting overgegaan. Uitgangspunten van vastgoedbeheer Voor vastgoed dat conform de bovenstaande redenen in eigendom is gekomen bij de gemeente worden hieronder de uitgangspunten voor het beheer neergelegd. De verantwoordelijkheid voor de prestaties van het gemeentelijk vastgoed wordt binnen de organisatie op één locatie belegd. De vastgoedorganisatie treedt op als eigenaar en verhuurder van gemeentelijk vastgoed. De vastgoedorganisatie richt zich bij haar activiteiten op een maximalisering van de maatschappelijke en verhuuropbrengsten tegen zo gering mogelijke levensduurkosten. Er wordt gezocht naar gemeenschappelijk gebruik door gebruikers en maximalisatie van de bezettingsgraad van vastgoedobjecten. Beleidsmakers op het maatschappelijke terrein en de beheerder van het gemeentelijk vastgoed richten zich ieder op hun eigen taken. Zij besparen op kosten door samen te zoeken naar een optimale benutting van de ruimte, en het daarbij passende vastgoedbeheer en -onderhoud. De gemeentelijke vastgoedorganisatie verhuurt ruimten met een vastgesteld kwaliteitsniveau voor wat betreft inrichting en technische installaties en verlichting. Deze zijn gericht op een normaal gebruik van de ruimten. Aanvullende wensen die voortkomen uit bijzonder gebruik van de ruimten komen ten laste van gebruikers. De verantwoordelijkheden die eigenarenbeheer en vastgoedobjectenbeheer met zich meebrengen worden beschreven en de gemeentelijke vastgoedorganisatie behaalt efficiencyvoordelen door de regie op deze werkzaamheden in eigen hand te houden. Dit dient vakkundig te gebeuren en wordt niet in handen gegeven van vrijwilligersorganisaties en organisaties wiens core-business niet het vastgoed betreft. De verantwoordelijkheden voor de tijdelijke exploitatie van leegstaand gemeentelijk vastgoed ligt bij de vastgoedorganisatie. Bij in gebruik zijnde vastgoedobjecten is de exploitatie de verantwoordelijkheid van de gebruiker/huurder. De uitgangspunten gelden ook voor vastgoed dat in het kader van toekomstige ontwikkeling is aangekocht en slechts tijdelijk in haar beheer is. De vastgoedorganisatie houdt rekening met de duur van de beheerperiode en het toekomstige gebruik zoals die worden aangegeven door de ontwikkelaars op basis van hun plannen."
In de notitie worden de globale uitgangspunten voor verenigingsvastgoedobjecten en gemeenschapshuizen benoemd in relatie tot het faciliteren van ontmoetingsruimte voor bewoners. Naast het vaststellen van de notitie heeft de raad het college de opdracht gegeven deze notitie nader uit te werken in een op te stellen beleidsnota over de toekomst van buurthuizen (zie hierna bestuursopdracht 3-sterrendossier "Maatschappelijke Accommodaties/Buurthuizenbeleid")
"Uitgangspunten voor verenigingsvastgoedobjecten: de gemeente blijft grondeigenaar exploitatie en beheer is en wordt geen gemeentelijke taak geen exploitatiesubsidie geen gemeentelijke bijdragen voor nieuwbouw en/of renovatie/onderhoud Uitgangspunten voor gemeenschapshuizen: de gemeente blijft grondeigenaar exploitatie en beheer is geen gemeentelijke taak ombouw van exploitatiesubsidie naar activiteitensubsidie geen gemeentelijke bijdragen voor nieuwbouw en/of renovatie/onderhoud"
Het Integraal Huisvestingsplan geeft richting aan de toekomstige huisvesting van het onderwijs in de gemeente Best. De uitgangspunten voor onderwijshuisvesting worden geformuleerd, rekening houdend met het leerlingenverloop, de verwachte leegstand in schoolvastgoedobjecten en de trends en ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting.
"Uitgangspunten voor onderwijshuisvesting: Borgen van een goede spreiding van onderwijsvoorzieningen door deze aan te laten sluiten daar waar de vraag aanwezig is, in voldoende omvang en diversiteit in onderwijs. Efficiënt gebruikmaken van beschikbare ruimtes waarbij leegstand zoveel als mogelijk vermeden wordt. Waar zich mogelijkheden voordoen streven naar gezamenlijke huisvesting van partners die betrokken zijn wij de ontwikkeling van het kind hetgeen meerwaarde kan opleveren voor de samenwerking tussen deze partijen (met als vaste partner het onderwijs). Het multifunctioneel inzetten van onderwijshuisvesting ten behoeve van activiteiten op het gebied van opvang, zorg, ondersteuning, welzijn, sport en cultuur. Meenemen van de consequenties van Passend Onderwijs en ontwikkelingen op het gebied van Jeugdzorg in de onderwijshuisvesting. Zorgen voor een laagdrempelige toegang voor onderwijsvoorzieningen voor alle doelgroepen van jong en oud."
In de nota is het hoofdstuk Beheer onroerende zaken opgenomen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het (tijdelijk) beheer van gemeentelijk vastgoed.
"Tijdelijk beheer vindt plaats daar waar de gemeente via een actief grondbeleid gronden en/of opstallen in eigendom heeft verworven en de eigendommen voor een kortere periode wil beheren, totdat de gronden en/of opstallen feitelijk benodigd zijn voor de planontwikkeling ter plaatse. Tijdelijk beheer is gericht op het in stand houden van de eigendom en het voorkomen van kraak, inbraak, vandalisme en verwaarlozing van de opstallen. Op deze manier voldoet de grond of het opstal bij de invulling van de planontwikkeling aan de vereiste kwaliteit en kan tijdig over de grond of het opstal worden beschikt. De gemeente kan gebruik maken van: voortgezet gebruik (gronden) geliberaliseerde pacht (gronden) antikraak tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandwet. Beleid Uitgangspunt bij (tijdelijk) beheer van gronden en opstallen is dat de gemeente Best de maximale beschikkingsvrijheid op het door haar gewenst moment behoudt. Niet strategisch van belang zijnde gronden en opstallen komen in principe voor verkoop in aanmerking."
In het beleidsakkoord 2014-2018 is het onderwerp Accommodaties als aandachtspunt opgenomen.
"Accommodaties definiëren we als plekken en vastgoedobjecten in Best waar activiteiten plaatsvinden die we als gemeente belangrijk vinden; activiteiten ter ondersteuning van een evenwichtige, prettige en ontwikkelde samenleving. Op deze locatie komt het beleid rondom onderwijs, sport, vermaak, cultuur en ontmoeten tot leven. Om te weten hoe we in de toekomst omgaan met onze accommodaties is het van belang dat de sociale infrastructuur in Best op korte termijn in kaart wordt gebracht. In 2015 wordt een "brede" nota Accommodatiebeleid geschreven op basis van de vastgestelde sociale en culturele infrastructuur. Dit moet helder maken wat er in Best nodig is en welke gevolgen dat heeft voor de huidige voorzieningen. Doel van deze aanpak is om in deze raadsperiode te komen tot adequate (wijk)voorzieningen, toegesneden op de specifieke situatie. Bij voorkeur in bestaande vastgoedobjecten die zo nodig aangepast worden tot multifunctionele accommodaties (MFA) of brede scholen, waar het dagelijks beheer in samenwerking met wijkbewoners/gebruikers wordt uitgevoerd. Leegstaand gemeentelijk vastgoed wordt afgestoten."
De nota is een doorkijk naar het wonen in Best over een jaar of vijf of zes en de stip op de horizon. Deze visie is tegelijk een belangrijke bouwsteen voor de omgevingsvisie. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om richtinggevend beleid dat aangescherpt kan worden op het moment dat dit nodig is.
De nota is o.a. opgesteld met de input van inwoners, woningcorporaties, projectontwikkelaars, architecten en verschillende interne medewerkers.
In de nota is beleid opgenomen over wat de gemeente met stakeholders wil bereiken en wat we daarvoor gaan doen op de volgende speerpunten:
- - betaalbaarheid
- - beschikbaarheid
- - leefbaarheid
- - wonen en zorg
- - bijzondere doelgroepen
- - duurzaamheid
De uitgangspunten en speerpunten uit de nota kunnen o.a. worden gebruikt bij de invulling/herontwikkeling van leegstaand gemeentelijk vastgoed.
Bij het vaststellen van de notitie uitgangspunten buurthuizen Best heeft de raad het college de opdracht gegeven deze notitie nader uit te werken in een op te stellen beleidsnota over de toekomst van buurthuizen.
Het onderwerp "Maatschappelijke Accommodaties/Buurthuizenbeleid" werd benoemd als 3-sterrendossier. Na een aantal raadssessies is geconcludeerd dat de toegevoegde waarde van een integraal beleid maatschappelijke accommodaties twijfelachtig is. Beslissingen over maatschappelijke accommodaties worden niet genomen vanuit het vertrekpunt accommodaties (stenen, middel), maar vanuit de functionele beleidsstromen (inhoud, doel). Vervolgens heeft de raad bij besluit van 7 november 2016 het college opgedragen om het onderwerp "Maatschappelijke Accommodaties/Buurthuizenbeleid" te behandelen als regulier dossier. Als aandachtspunten worden genoemd:
- - inventariseren of er meer samenhang aangebracht kan worden in accommodatieaspecten binnen beleid en het invullen van eventuele hiaten;
- - verder uitwerken van de "Notitie uitgangspunten buurthuizen Best", zoals vastgelegd in het raadsbesluit "Uitgangspunten Buurthuizen" van 16 december 2013.
In de Kaderbrief 2017 is opgenomen dat er extra inzet op accommodatiebeleid en gemeentelijk vastgoed vereist is.
"Maatschappelijk accommodaties en gemeentelijk vastgoed kunnen beide een rol spelen als middel om gemeentelijke doelen te bereiken. Daarbij denken we aan buurt- en gemeenschapshuizen, maar ook aan scholen, sportaccommodaties of zelfs particuliere woningen waar inwoners zelfs bredere ontmoetingsmogelijkheden creëren. Komt gemeentelijk vastgoed vrij, dan onderzoeken we de mogelijkheden van hergebruik of herontwikkeling. Een en ander conform daartoe eerder door de raad vastgestelde uitgangspunten. Zodra vast staat dat herontwikkeling niet meer aan de orde is en het vastgoed daarvoor langer niet eigendom van de gemeente hoeft te zijn, wordt tot vervreemding over gegaan."