De algemene uitgangspunten voor het archeologische beleid van de gemeente Den Helder zijn:
De gemeente Den Helder streeft naar behoud in situ, oftewel op de plaats van aantreffen van archeologische resten. Dit sluit aan op het Europese, Rijks- en Provinciale archeologiebeleid.
De oppervlakte en diepte van de beoogde ingreep bepaalt of rekening moet worden gehouden met archeologie. Wie de vrijstellingsdrempel overschrijdt, dient archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Dit onderzoek geschiedt conform de stapsgewijze aanpak die is vastgelegd in de AMZ (Archeologische Monumentenzorg)-cyclus (zie bijlage 5), en de eisen en bepalingen die zowel de Erfgoedwet, als het archeologische beleid van rijk, provincie en de gemeente Den Helder hieraan stellen. Een onderdeel hiervan vormt de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en de Leidraden volgens welke archeologisch onderzoek moet plaatsvinden.
Voor de bepaling van de vrijstellingsdrempel voor onderzoek, wordt de volgende definitie van maaiveld gehanteerd: “Het maaiveld is het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht. Dit niveau varieert in diepte en kan in Nederland boven of onder N.A.P. liggen. Uitgangspunt voor de hoogte van het maaiveld is de bepaling ervan zoals opgenomen in het Actueel Hoogtebestand Nederland versie 3”.
Indien in één plangebied meerdere verwachtingswaarden voorkomen, dan geldt de hoogste waarde (en dus de kleinste ondergrens). Slechts als de hoogste waarde een zeer beperkt deel uitmaakt van het plangebied (< 10 %), kan de gemeente een afgewogen besluit nemen om de oppervlakteondergrens te hanteren die het grootste deel uitmaakt van het plangebied; dit is echter afhankelijk van het archeologische belang en zal per geval worden bekeken.
Indien geen onderzoek moet worden uitgevoerd omdat de voorgenomen ontwikkeling beneden de onderzoeksgrens gebleven wordt, blijft de dubbelbestemming Waarde-Archeologie (WR-A) van het bestemmingsplan onverminderd van kracht.
Indien op basis van de oppervlakte van de bodemverstorende ingrepen archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is, vindt dit plaats in het gehele plangebied.
Ook ingrepen die binnen de vrijstellingsdiepte blijven, maar een geleidelijk negatief effect kunnen hebben op de archeologie in de bodem zijn onderzoeksplichtig. Te denken valt aan rietgroei na de aanleg van natuurvriendelijke oevers of verstuiving bij het verschralen van zandgronden.
Indien archeologisch onderzoek noodzakelijk is, wordt het type onderzoek bepaald door de gemeente. De gemeente is terughoudend met booronderzoek, omdat archeologische vindplaatsen en cultuurlagen daarmee zelden worden herkend.
Indien kan worden aangetoond dat de bodem tot onder het archeologische niveau is verstoord, kan de gemeente vrijstelling verlenen van de verplichting tot uitvoering van archeologisch vooronderzoek.
Nieuwe bestemmingsplannen moeten voorzien worden van archeologische regimes. In de planregels wordt voorgeschreven welke verplichtingen de vergunningaanvrager heeft op het gebied van de archeologische monumentenzorg. Hier dient tevens de definitie van ‘maaiveld‘ zoals hierboven is verwoord te worden opgenomen in de begrippenomschrijving.
De gemeente wil met onderhavig beleid tevens de mogelijkheid creëren om gemeentelijke archeologische monumenten en/of aandachtsgebieden aan te wijzen. De gemeente verankert de bescherming van de archeologische waarden via haar bestemmingsplannen en via de erfgoedverordening.
De gemeente vindt het informeren van het publiek over archeologiebeleid belangrijk, om het publiek te doordringen van de waarde van het archeologische erfgoed en zo draagvlak te creëren voor het archeologiebeleid.
De gemeente wil amateurarcheologen graag de mogelijkheid bieden deel te nemen aan archeologisch onderzoek. Eventueel kan dit als voorwaarde worden opgenomen in het vergunningstraject, bij voorbeeld in het Programma van Eisen voor een opgraving.
Metaaldetectie: In de Erfgoedwet is metaaldetectie binnen randvoorwaarden toegestaan. Gemeente Den Helder kiest ervoor om in ieder geval de gebieden met Militair Erfgoed hiervan uit te zonderen; hier mag geen metaaldetectie plaatsvinden tenzij hiervoor vergunning is verleend door het college van B&W.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3.
Uitgangspunten van het beleid
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent het beleidskader voor archeologie