Naar hoofdinhoud
Als algemene regel geldt dat de kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen dienen te worden voldaan uit de algemene bijstand (of een ander inkomen) door middel van reservering vooraf (sparen) of achteraf (lenen). Als dat niet mogelijk is kan voor de noodzakelijke kosten bijstand worden verstrekt op de volgende manieren: als borgstelling voor een bij de (Stads)bank af te sluiten lening; als leenbijstand; om niet. Als het inkomen meer bedraagt dan de bijstandsnorm dient het meerinkomen evenals het aanwezige vermogen volledig te worden ingezet. Indien het aflossingsbedrag dat in de bijstandsnorm is begre-pen (5%) alsmede het meerinkomen onvoldoende is om de aflossing te bekostigen, is bijzondere bijstand mogelijk ter hoogte van het verschil. Ad.1 In bepaalde situaties is de Stadsbank alleen bereid een lening te verstrekking indien de gemeente borg staat voor de te verstrekken lening. Dit geniet dan de voorkeur, omdat de Stadsbank ten op-zichte van de Participatiewet een voorliggende voorziening is. Ingevolge artikel 51 Participatiewet bestaat de mogelijkheid om aanvullende bijstand te verstrekken voor rente en aflossing van een lening bij de Stadsbank, indien de aflossingsverplichting, in verband met de hoogte van de lening, het maximale aflossingsbedrag (5% van de bijstandsnorm) te boven gaat. Mede in verband met de hoge (rente)kosten die hieraan verbonden zijn, hanteert de gemeente Ol-denzaal de volgende werkwijze: De Stadsbank verstrekt een maximale lening ter hoogte van de aflossingscapaciteit over een periode van 3 jaar. Voor zover betrokkene noodzakelijk behoefte heeft aan een hoger bedrag, zal door de gemeente Oldenzaal een aanvullende bijstand tot dat noodzakelijke bedrag worden toegekend. De aanvullende bijstand wordt gedurende de eerste 3 jaren als leenbijstand ver-strekt, waarbij de aflossing voorlopig op nihil wordt gesteld. Indien gedurende de looptijd van de lening de persoonlijke en/of financiële omstandigheden wijzigen, kan dat leiden tot het tus-sentijds opleggen van een aflossing t.b.v. de lening bij de gemeente Oldenzaal. Na afloop van de driejaarstermijn wordt bezien of de leenbijstand kan worden omgezet in bijstand om niet. Er worden dus geen betalingen meer verstrekt voor rente en aflossing van de leningen bij de Stads-bank, zodat in voorkomende gevallen geen borgstelling meer nodig is. Bij voortijdige verhuizing naar een andere gemeente houdt zowel de Stadsbank als de gemeente Oldenzaal een vordering op be-trokkene. Ad. 2 Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening (leenbijstand) is slechts mogelijk indien geen le-ning afgesloten kan worden bij de Stadsbank en de noodzaak vaststaat. In de Handleiding Debiteuren is de aflossingsverplichting en –duur bepaald. Ad. 3 In bijzondere individuele situaties kan bijzondere bijstand om niet worden verleend. Maar pas als de eerder genoemde mogelijkheden ((Stads)bank, lening, leenbijstand) niet aan de orde zijn. Hierop geldt één uitzondering: voor de vervanging van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen (met name: wasmachine, koelkast, stofzuiger) kan onder de volgende voorwaarden bijstand om niet worde verstrekt: reserveringsmogelijkheden in het verleden hebben ontbroken en de aflossingscapaciteit is naar de toekomst al volledig ingezet, zonder dat dit het gevolg is geweest van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid; personen met tenminste drie jaar een minimuminkomen (110%) en onvoldoende eigen middelen, worden niet in staat geacht de vervanging van de meest noodzakelijke goederen zelf te bekosti-gen of hiervoor een lening af te sluiten; uit onderzoek moet blijken dat het tegoed op de betaalrekening en/of spaarrekening ontoereikend is om de aanschaf te bekostigen; een bedrag ter hoogte van twee keer het geldende normbedrag per kalendermaand genoemd in Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3 Participatiewet wordt vrijgela-ten; er moet sprake zijn van het voeren van een zelfstandig huishouden; gelet op de gemiddelde levensduur van duurzame gebruiksgoederen kan eens per 8 jaar bijstand worden verstrekt; de reparatiekosten wegen niet op tegen de resterende levensduur. Voor de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar de Vergoedingenlijst bijzondere bijstand. Indien de periode van 3 jaar voorafgaand aan de bijstandsaanvraag is onderbroken door een periode van zes maanden of langer, gedurende welke periode een inkomen is ontvangen boven de bijstands-norm, dan gaat de periode van drie jaar daarna opnieuw in. Bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand om niet wordt het eventuele meerinkomen, indien er sprake is van een onderbreking met een periode korter dan zes maanden, buiten beschouwing gela-ten, zulks om te voorkomen dat dit een belemmering zou kunnen zijn voor het aanvaarden van werk. De grens is gelegd op zes maanden omdat verondersteld mag worden dat indien de periode dat men de beschikking heeft over een inkomen boven de bijstandsnorm langer is dan zes maanden, er ruim-te is om te reserveren voor de aanschafkosten van duurzame gebruiksgoederen.

Rechtspraak bij dit artikel