Als woonkosten worden in aanmerking genomen: hypotheekrente, brand- en opstalverzekering, ei-genaargedeelte onroerende zaakbelasting, rioolrecht (eigenaargedeelte), waterschapslasten (ei-genaargedeelte) en onderhoudskosten (volgens normen Stimulansz).
De hypotheekrente kan de aanvrager in mindering brengen op het belastbaar inkomen en vormt een mogelijkheid voor een teruggaaf. Bij de toekenning van een WKT geldt de voorwaarde dat de aanvrager bij de belastingdienst een (actuele) voorlopige teruggaaf aanvraagt. Een bewijs hier-van moet vóór toekenning van de bijstand worden ingeleverd. (Desgewenst kan het team BUA een proefberekening maken van de actuele belastingteruggaaf).
Als de aanvrager achteraf een teruggave ontvangt, controleert de gemeente of (een deel van) de teruggave verband houdt met de voor de woonkosten verstrekte bijzondere bijstand. Als dit het geval is zal er een terugvordering / verlaging van de WKT plaatsvinden. Als men geen voorlopige terug-gaaf aanvraagt, kan dit aanleiding zijn om de WKT op te schorten, te beëindigen en terug te vorde-ren.
Bij het vaststellen van de woonkosten wordt geen rekening gehouden met de aflossingen en met de premie levensverzekering die vaak gekoppeld is aan een hypothecaire geldlening.
Het is van belang –vooral bij aanwezigheid van een tweede hypotheek– na te gaan voor welke doel-einden een hypotheek is bestemd. Blijkt (een gedeelte van) de hypothecaire lening te zijn afgesloten voor andere doeleinden dan de aankoop van het eigen huis, bijv. voor financiering van een auto, ca-ravan, woninginrichting of verbouwing, dan kan voor dat gedeelte geen woonkostenvergoeding wor-den toegekend. De hypotheek is dan (voor een deel) te vergelijken met een consumptief krediet.
Artikel 3.5