Naar hoofdinhoud
Algemeen Vanaf 1 juli 2012 is schuldhulpverlening voor de gemeente een wettelijke taak geworden. De ge-meente moet binnen bepaalde termijnen bij financiële problemen in actie komen als men om hulp vraagt. Als door eigen toedoen vervolgens de hulpverlening wordt gestaakt wordt men voor een pe-riode van twee jaar uitgesloten van hulpverlening. Bij schulden is sprake van een verstoorde betalingsrelatie tussen schuldeiser en schuldenaar. De gemeente is hierin geen partij en wil dat ook niet worden. Wij zijn wel bereid te bemiddelen tussen schuldenaar en schuldeiser, maar alleen wanneer beide partijen hun verantwoordelijkheid willen ne-men om het probleem op te lossen. Wij willen het probleem niet overnemen. Met een sluitende samenwerking, effectieve preventie en vroegtijdige signalering kunnen schulden vaker worden voorkomen. Bijstand Kosten die de afbetaling van schulden betreffen kunnen in het algemeen niet worden aangemerkt als noodzakelijke kosten van het bestaan in de zin van de wet. De overheid biedt via de Participatiewet iedere burger immers de zekerheid van toereikende middelen om in het noodzakelijke te voorzien. De Participatiewet bepaalt daartoe in artikel 13, eerste lid, dat degene die bijstand vraagt ter gedeel-telijke of volledige aflossing van een schuldenlast en die overigens bij het ontstaan van de schulden-last, dan wel nadien, beschikte of beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, geen recht heeft op bijstand. In afwijking van het bepaalde in voornoemd artikel 13 kan het college ingevolge artikel 49 bijzondere bijstand verlenen: in de vorm van borgtocht en indien daartoe zeer dringende redenen bestaan en de borgtocht geen uitkomst biedt in de vorm van bijstand. Daarnaast is het ook mogelijk om bijstand te verlenen in de vorm van een geldlening of borgtocht indien het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft (artikel 48). Een schuld wordt in het algemeen niet aangemerkt als een zeer dringende reden. Er moeten dusda-nig voor de persoon of het gezin dreigende omstandigheden zijn, die leiden tot onbedoelde en/of on-gewenste effecten. Denk hierbij aan een groot maatschappelijk afbreukrisico indien er geen bijstand wordt verleend voor de schuld. Dit zou het geval kunnen zijn bij een huurschuld bij een gezin met jonge kinderen. De oorzaak van het ontstaan van de schuld kan tevens van belang zijn om te bepalen of bijstand kan worden verleend en in welke vorm (lening of “om niet”). Als er bijvoorbeeld sprake is van een plotselinge onvoorzienbare inkomensdaling waardoor er een schuld is ontstaan hoeft er immers geen sprake te zijn van een tekortschietend besef van verant-woordelijkheid. Het kan ook zijn dat de huurschuld is ontstaan in een periode dat slechts werd be-schikt over een inkomen onder bijstandsniveau en daarnaast onvoldoende middelen beschikbaar waren om de huur te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel