Een cliënt kan in aanmerking komen indien hij door zijn beperkingen onvoldoende zelfredzaam of in staat tot participatie is en de cliënt hierdoor beperkingen ervaart op het gebied van:
de sociale redzaamheid;
het bewegen en verplaatsen;
het psychisch functioneren;
het geheugen en de oriëntatie;
het vertonen van probleemgedrag.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de wijze van vaststelling van het recht op een maatwerkvoorziening voor begeleiding.
Hoofdstuk 3
Artikel 19.
Specifieke criteria begeleiding
Onderdeel van Verordening Wmo gemeente Midden-Drenthe 2020