Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 32.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking

Onderdeel van Verordening Wmo gemeente Midden-Drenthe 2020

De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de vertrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; De cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; De maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; De cliënt niet voldoet aan de voorwaarden die aan de maatwerkvoorziening of het pgb zijn verbonden; De cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. In aanvulling op het bepaalde in het tweede lid kan een beslissing tot verlening van een pgb worden ingetrokken als blijkt dat het pgb niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het college kan besluiten geheel of gedeeltelijk van de herziening en/of intrekking af te zien. Het college kan, al dan niet op basis van signalen, onderzoeken of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel