Als het college een beslissing op grond van artikel 32 lid 2 onder a van deze verordening heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en diegene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Indien de pgb-aanbieder en/of zin-aanbieder aantoonbaar opzettelijk ondoelmatig en/of onrechtmatig ondersteuning heeft verleend, dan kan geheel of gedeeltelijk de geldwaarde gevorderd worden van de ten onrechte genoten voorziening bij de pgb-aanbieder en/of zin-aanbieder.
Het college kan tot terugvordering overgaan indien:
a. cliënt voor de einddatum van de pgb naar een andere gemeente verhuist of overlijdt. Dit naar rato van de resterende volle maanden tot aan de einddatum van het pgb;
b. voor zover een cliënt het budget of een deel daarvan niet kan verantwoorden;
c. de pgb- en/of zin-aanbieder geld heeft ontvangen voor zorg die (gedeeltelijk) niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend;
d. voor zover cliënt wist of heeft kunnen weten dat het pgb ten onrechte is betaald, dan wel de maatwerkvoorziening ten onrechte is verstrekt;
e. het recht op een in eigendom verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken;
f. het recht op een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken;
g. een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is toegeëigend, vervreemd of verpand;
h. een maatwerkvoorziening of pgb zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet.
Indien het toegekende pgb bedrag niet of niet geheel verantwoord kan worden, wordt het bedrag dat onvoldoende verantwoord kan worden, teruggevorderd.
Het college kan besluiten geheel of gedeeltelijk van de terugvordering dan wel invordering af te zien.