Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 18a.

Terugvordering

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Midden-Drenthe 2020

Als het college een beslissing op grond van artikel 18 lid 2 onder a van deze verordening heeft herzien of ingetrokken kan het college van de jeugdige en zijn ouders alsmede diegene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. Indien de pgb-aanbieder en/of zin-aanbieder aantoonbaar ondoelmatig en/of onrechtmatig ondersteuning heeft verleend, dan kan geheel of gedeeltelijk de geldswaarde gevorderd worden van de ten onrechte genoten voorziening bij de pgb-aanbieder en/of zin-aanbieder. Het college kan tot terugvordering overgaan indien: a. de jeugdige voor de einddatum van de pgb naar een andere gemeente verhuist of overlijdt. Dit naar rato van de resterende volle maanden tot aan de einddatum van het pgb; b. voor zover de jeugdige of zijn ouders het budget of een deel daarvan niet kan verantwoorden; c. de pgb- en/of zin-aanbieder geld heeft ontvangen voor zorg die (gedeeltelijk) niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend; d. voor zover de jeugdige of zijn ouders wist of heeft kunnen weten dat het pgb ten onrechte is betaald, dan wel de individuele voorziening ten onrechte is verstrekt; e. de individuele voorziening of pgb zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet. Indien het toegekende pgb bedrag niet of niet geheel verantwoord kan worden, wordt het bedrag dat onvoldoende verantwoord kan worden, teruggevorderd. Het college kan besluiten geheel of gedeeltelijk van de terugvordering dan wel invordering af te zien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel