De Omgevingswet schrijft voor dat elke gemeente een omgevingsplan vaststelt. Het omgevingsplan vervangt alle bestaande bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, exploitatieplannen en inpassingsplannen. Ook gaan (delen van) lokale verordeningen (zoals bijvoorbeeld de APV) op in het omgevingsplan. Het omgevingsplan is een gebiedsdekkend plan dat regels bevat over de hele fysieke leefomgeving. Het plan bevat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (te vergelijken met bestemmingen). In het plan worden (algemene) regels en vergunningplichten vastgelegd.
Gelet op de huidige manier van werken middels MD 2030 en de bestuurlijke ambities is het logisch dat er snel en optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Dit betekent dat er in samenloop met de omgevingsvisie aan de slag wordt gegaan met het opstellen van een omgevingsplan. In de Omgevingswet zijn bepalingen opgenomen waaraan het omgevingsplan moet voldoen. Deze wettelijke bepalingen vormen de kapstok van het omgevingsplan. Daarnaast bevat het omgevingsplan een uitwerking en vertaling van onze ambities uit de omgevingsvisie. Ons doel is om te komen tot een integraal omgevingsplan dat in samenspraak met belanghebbenden tot stand is gekomen en waarin ruimte geboden wordt voor het versterken van de vitaliteit, de levendigheid en de kwaliteit van de gemeenten en waarin ook mogelijkheden worden gegeven voor het op gang komen van initiatieven en investeringen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
DOEL EN INHOUD VAN EEN OMGEVINGSPLAN
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland houdende regels omtrent Beleidsvernieuwing onder de Omgevingswet