Indien een toezichthouder (brom)fietsen aantreft die in kennelijke staat van verwaarlozing of in onvoldoende staat van onderhoud verkeren, zal hij deze voorzien van een bekendmaking met daarop het voornemen tot verwijdering van de (brom)fiets.
Vanaf het aanbrengen van de bekendmaking heeft de eigenaar, mits de (brom)fiets geplaatst is in overeenstemming met artikel 4, vier dagen tijd, rekenend vanaf de eerstvolgende dag na de bekendmaking, om de (brom)fiets te verwijderen.
Indien de (brom)fiets na de in lid 2 genoemde termijn niet verwijderd is, zal de toezichthouder deze (laten) verwijderen.
Van iedere te verwijderen (brom)fiets wordt een last onder bestuursdwang opgesteld en worden in ieder geval twee foto’s gemaakt (één van dichtbij en een overzichtsfoto). Uit de foto’s blijkt om welke (brom)fiets het gaat en waarom deze is verwijderd. Zo nodig worden extra foto’s genomen.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.3:
Artikel 13.
Verwijdering verwaarloosde (brom)fietsen
Onderdeel van Beleidsregel (brom)fietsverwijdering Coevorden 2020